Het interieur

Het interieur (1947)

Gerrit Thomas Rietveld. Bruikleen 1985.

Dit object is nu niet in het museum te zien

Tags van gebruikers

Er zijn nog geen tags toegevoegd

i

Toelichting

Inhoud tekst (op basis van OCR)

t-cnA-éAJJt Als ik met de trein uit Utrecht A. binnenkom zie ik de minder afgesloten i wooneenheden aan de achterzijde van etage-blokken. Het zou weel verbeeldingskracht Tergen zich de vreugde Tan de bewoners Tan deze etages in te denken; Teel gemakkelijker is het de vele zorgen en tobberijen te bedenken die in al deze troosteloze baishoudens zullen voorkomen. .;ïf *8 Morgens loopt al vroeg een groot gedeelte van ao'n etage leeg, door f ' de lange straten naar fabriek, kantoor of winkel. In het centrum Tan de stad gekomen verzoent men zich met het lot van die etage—bewoners, want men woont ten slotte niet alleen op een etage of in een straat maar men voelt zich ook thuis op het Muntplein, op de grachten en aan het IJ, want men woont in Amsterdam. J|MMREn zo benaderen wb het begrip interieur; elke ruimte, begrensd door wan-jfl^Hs den vormt een bepaald interieur. Of deze ruimte afgedekt ie met een J;HvSliahtaf sluitend of doorlatend dak, en of deze ruimte geheel of gedeelte-^^^^njjk afslu tbaar is en of deze wanden met behang beplakt zijn of dat het ^^HIH^stenen gevels van hulzen die de ruimte begrenzen zpjn bepaalt alleen het speciale karakter van zo'n interieur. Het feit blijft hetzelfde; Utrecht b.v. heeft weer iets anders; het heeft z'n middenpunt. Behalve enige zeer intieme straatjes en straat verbredingen (pleinen kun-we ze haast niet noemen) is Utrecht gegroepeerd om de dominerende Domtoren niet in platte grond maar in aanzicht. Er zijn mensen die zich in Utrecht thuisvoelen als een poes ln een mand. In de meeste zijn de pleinen als zalen, door wandelgangen verbonden gemeenschappelijke woonruimten. SLk interieur, of het een stationshal een postkantoor een museum of een woonruimte ie, is deel van de stad, de streek het land; en hoe sneller het verkeer ia dee te groter is de stad, de streek, het land waarin men woont. Ik heb dit sterk gevoeld in Amerika, waar ieder zich bewoner van een groot land voelt en nu ook geen gelegenheid laat voorbijgaan, zich over een zo groot mogelijk deel van het land te bewegen als in eigen huis, waar men ook geen kamer onbetreden laat. Het is hierom dat de z.g. wijkgedachte me zo beklemt en minstens onbevredigd laat. In de stad houdt het eigen kringetje op en begint het algemene. De gastvrije ruimte waar ieder gelijk is en waarin alle stadsbewoners even thuis zijn. Het is daarom dat ik de beschouwing over het interieur begin met deze bespiegeling. Hadden de stedebouwkundigen in het algemeen meer gevoel voor het interieur, er zouden meer steden zijn waar men graag in woont. Het grootste en aangrijpendste interieur, door mensen gemaakt wat ik ooit zag is het Rockefeller plaza in Hew York, een pleintje van misschien 200 x 100 II begrensd door de strakke en gave vlakken van drie zeer hoge gebouwen die samen werken als een bijna abstracte ruimtebegrenzing, omdat de hoogte van deze gebouwen overeen komt met de maat van het plein-U fgg tje. Denk niet dat het daar somber ie; nergens is het zo licht als daar want de enorme vlakken van ± 15000 m2 natuursteen en glaswerken als re-flectie-vlakken die een natuurverschijnsel nabij komen. Elke lichtverandering door voorbijtrekkende wolken b.v. deelt zivh mee aan de ruimte en het zijn niet alleen de verlaagde kunstijsbaan, het bronzen monument oen de omringende restaurants die de aandacht van honderden stil omhoog kijkende beschouwers trekken, maar het is de pure ruimtewerking. Het is niet schilderachtig als een gracht beeld in Amsterdam, het is niet te fotograferen of te schetsen, het is alleen met twee ogen te oewonderen. Nu gaan we terug naar het minder gigantische interieur, het meet geslotens en zo nodig af te sluiten interieur,het kleine plekje waar we
| 2 - schuilen als het regent of te koud of te «arm is, «aar we do nachten door brongen en vaar vanuit we ons dagelijks werk beginnen. Onse meer directe en persoonlijke omgeving, waarvan de maten ons eigen zijn en waar we beter dan ergens anders het eigen oordeel over het algemeen en eigen gebeuren hebben Na onze beschouwing over het wijder begrip interieur zal het ons duidelijk zijn, dat dat wat we noemen onze woning geen grootse ruimte gewaarwordingen behoeft te geven, als we in een stad wonen, die ons deze reeds in voldoende mate geeft, In een goed gebouwde stad kan de schaal van zo*n woning dichter liggen bij een grote ruime jas met binnenzakken, dan bij het kasteel. Hoe slechter stad, des te groter woning. Evenmin als een woning in een stad of in een straat in een wijk of in een streek op zichzelf te beschouwen is kan men een kamerruimte zien zonder de rest van het huis en z*n omgeving. Het is de relatie der ruimte dis aan een kamer betekenis geeft en zo is het weer de relatie en plaatsing ten opzichte van elkaar van de meubelen die deze meer waarde geeft dan hun speciale vorm of uitzonderlijke details. De belangrijkste waarde van een interieur is gelegen in rust en klaarheid , d.i. een zekere eenvoudigheid of eenduidigheid; toch is deze een resultaat van de samenwerking van vele factoren. De hoedanigheid der lege ruimte is het resultaat van de verwerking van vele materialen en constructies, maten, lichtinval, kleuren, vochtgehalte, temperatuur acoustiek enz. Al deze eigenschappen moeten bekeken worden vanuit de bewoner en vanuit de maker. • * ' ' , Achtereenvolgens zullen we het interieur bezien vanuit de functie van de woning t.o. de houding van de bewoner. De openheid t.o. de geslotenheid, Materiaal t.o. lege ruimte. Zichtbaarheid van de constructie t.o. ruimte beelding. Het dagelijks onderhoud economie en bouwkosten. Het practische t.o. het schone. De kleur en plastiek in het interieur. De fabricatie -handwerk - machine. Het persoonlijke en het serieproduct. De industriele vorm. De Installatie. Een interieur is pas goed als het van een uitgesproken houding ten opzichte van deze mogelijkheden getuigt, zonder aat de bewoner voortdurend met al deze problemen wordt geconfronteerd. Het goede bouwwerk en interieur is een duidelijke greep, geen compromis va vele eisen en tegenstellingen. De Gebruikseisen Elk interieur heeft een bepaalde bestemming. Ook al wordt in b.v. een showroom niets gedaan, toch kunnen we spreken van doelmatigheid. Het is niet genoeg dat het te tonen materiaal geborgen wordt; het moet overzichtelijk geplaatst worden. In een woonruimte moeten vele verschillende werkzaamheden gedaan kunnen worden; sommige meerdere malen op een dag, anderen met grote tussenpozen. De indeling der woning sorteert en groepeert deze werkzaamheden en de inrichting vergemakkelijkt en versnelt het sleurwerk. De vakman, al heert hij voor 50 opdrachtgevers gewerkt, kan van de één en vijftigste soms nog iets leren; er kunnen speciale eisen zijn — toch moet elk huis geschikt zijn. Het moet algemene waarde hebben. Verder moeten wel rekenen op eventuele veranderingen in de matschappelijke verhoudingen, zoals het minder voorkomen van huishoudelijke hulp, de mogelijkheid dat b.v. zoals in Zweden de vrouw ook een uithuizige werkkring heeft, wat speciale kinderverzorging meebrengt en vereenvoudiging van de woning. De woning zal in vele opzichten het leven van het gezin vergemakkelijken;
- 3 - toch heeft het gemak zijn grenzen, want een te ingewikkeld woonapparaat eist toezicht en onderhoud en mist dan zijn doel. Ook van menselijk standpunt uit is het begrip gemak niet alles. Wonen is ook een werkwoord en veronderstelt een zekere levenslust en het scheppen van een eigen sfeer of juist geen sfeer zoals men het noemen wil, maar dan toch een omgeving die ons past. Zelfs de meest onverschilige op dat terrein en de meest onkundige die zo bezet zijn met eigen bezigheden, dat ze zich in een gemengd overschot van anderen uit het verleden en uit eigen tijd laten opbergen, scheppen zich zelfs met deze negatieve houding een speciale eigen omgeving. Ook de Interieur-architect of archltecte stelt een bouwprogramma op en ik kan me voorstellen dat in sommige gevallen dit van beteïsenls kan zijn ook voor het bouwprogramma van de woning, vooral als het een ontwerp betreft van een massaproduct. Het probleem open of beslotenheid, contact met de natuur of afsluiting van de natuur. De openheid of beslotenheid van een interieur is geen mode of een ques-tie van meer of minder modern; het hangt af van de bestemming. Een bibliotheek b.v. kan besloten zijn - het geeft concebtratie en b»t maakt veel kastwand mogelijk; dit is een gelukkig combinatie. De meer besloten ruimte zal ook beter geluid isolerend im, Ook zal veel zonlicht het papier doen verkleuren. Toch moet men niet de conclusie trekken, dat beslotenheid en concentratie altijd bijeenhoren en dat huiselijkheid en kleine ramen parallel gaan; dit zijn al te simplistische betere begrippen. De onmisbaarheid van het zonlicht voor alle leven, zowel van planten als van mensen, heeft de waarde van groter ramen aangetoond. Veel of weinig glas is dus geen questie van traditie of moderniteit maar van toepassing naar omstandigheden. Een groot raam heeft geen effect, als het licht onmiddellijk door een tweede raam weer naar buiten valt, zoals dit zo dikwijls is bij grote hoekramen; pas als er bij of tegenover het raam een reflecterend vlak is dat het licht overbrengt op de verdere delen van het interieur heeft een raam zin als licht ontvanger. Het is mij meer dan eens gelukt, om een verbouwing, een kamer die te donker was te verhelderen door een raam dicht te metsèlen. De questie licht en reflectie is primair bij het ontwerpen van een interieur. Probleem - met materiaal als middel - toch moeten we ruimtescheppend werken. Als we werken, werken we met materiaal. Duizende stenen, kubiekemeters hout, zware en lichte - sommige doorschijnend, maar de meeste ondoorzichtige vaste stoffen. Al deze stoffen, deze massa's krijgen hun onvermijdelijke vormen. De meeste van deze vormen zijn zichtbaar; sommige worden bedekt, maar allen hebben ze een bepaald plastisch effect, niet alleen, maar ze hebben ook een kleur, de natuurlijke kleur van het materiaal of een beschermende of afwerklaag. Toch is het de lege ruimte die door deze begrenzingen gerealiseerd moet worden, het is een opgave voor de interieur kunstenaar; de vormen van het materiaal d.i. de plastiek die uit de architectuur voortkomt op een secundair plan te houden en de ruimte primair te doen zijn. Onmiddellijk volgt hieruit het probleem zichtbaarheid of het wegwerken vand de z.g. eerlijkheid. Constructieve vormen of vormen en kleuren die psychologisch bepaald zijn Is een deuropening, in principe een gat is een wand vlak of is een deur pas een deur als daar is een zwaar kozijn met architraaf en bekroning — geprofileerde aftiamering - de deurstijlen met regels en sluitponnen, de
panelen met bossingen - bet opgelegde scharnie* - de slotplaat - de neuten en de dorpel. Zowel uit practische overwegingen als vanuit de kleine afmeting van de ruimte of een behoefte aan eenvoud zal men groeiett in de richting van een nieuwe eenvoudige realiteit. Probleem Kleur - Plastiek - Afwerklaag Psychologie der kleuren - Kleuren als onderscheiding van leidingen en ter orientatle - het hebben van schilderijen - plastiek en Kunstniiverheidsvoorwerpen. De drie plastische kunsten bepalen samen het karakter van het interlr eur, elk met eigen middelen. De beeldhouwer bepaalt de vorm van het materiaal en wijst ons op typische verschijningseigenschappen. De schil d e r bwijst ons op kleuren en kleurverhoudingen en op karakteristieke belijnde begrenzingen en de ruimtekunstenaar schept de omgeving en de in onze tijd passende sehaal. Alle drie werken ze van eigen doch verschillende kant uit, naar hetzelfde doelt de grootst mogelijke duidelijkheid is het zichtbare van onze tijd vast te stellen. Wat de muziek doet voor het gehoor doet de plastische kunst voor het oog. Het probleem op welke wijze de drie plastische kansten samen zullen gaan in eenzelfde interieur zal al werkende bepaald worden; de wandschildering of het losse schilderij - los geplaatst beeldhouwwerk of in bouw-boeldhouwwerk. • Het is niet van te voren vast te stellen; als het goed le zullen m het als zodanig erkennen - de kunst laat zich niet maken volgens richtlijnen. Zelfs de architectuur niet. Natuurlijk kan het leerzaam zijn richtlijnen op te stellen; de fout is ze bindend te makenj gezamenlijke besprekingen kunnen zeer verhelderend en aanvurend zijn; de kunstenaar zal zich vrij moeten gevoelen van afspraken of voorop gestelde richtlenen om spontaan de goede richting te kunnen vinden; geen zucht naar bekering - geen extra toevoegsels als z.g. versiering «- geen edele vormen t.o. onedele -geen schoonheidzoeker$j - want de duidelijkheid van bestemming is het voornaamste architectonische middel een nieuwe ruimte te realiseren als het gaat ome een belevenis van de ruimte, dan blijft het zichtbare voor elke uiting van de plastische kunst primair, dan is de conditie van de lucht, warmte, vocht, ventilatie ook van grote invloed. Zo ook is de kleur van de reflectievlakken voor de zichtbaarheid der ruimte primair, maar voor de beleven der ruimte is de wijze waarop het geluid gereflecteerd wordt ook belangrijk. Het isolerend vermogen van de wand — de hardheid en de aard van het oppervlak wordt hierdoor van betekenis. Bij zeer hoge of bij zeer lage buitentemperaturen komt men zonder kunstmatige afkoeling of verwarming niet op de gewenste temperatuur, maar in ons gemiddeld klimaat is het mogelijk de materialen zo te kiezen,dat de conditie van lucht en geluid op natuurlijke wijze kan worden geregeld door openen en sluiten van ramen en het opvoeren van de temperatuur. In grote ruimten, zoals b.v. theaters en warenhuizen waar veel mensen gelijk komen moet de lucht circulatie kunstmatig geregeld worden. Over de verschillende reeds bestaande systemen en de nog nieuwe mogelijkheden op dit gebied is het laatste woord nog niet gezegd. Het bezwaar is dat bij het niet voldoen van een bepaald verwarmingssysteem niet gemakkelijk op een ander is over te gaan, daar elk systeem haar bepaalde architectonische eisen stelt. In Amerika vindt men in woonhuizen geen kachels of rad ia téren; men verwarmt in de kelder een eenvoudig buizensysteem dat de warme lucht regelrecht in de kamers voert. Bij de onaf gesloten indeling van de
- 5 - huizen voldoet dit eenvoudigs systeem zeer goed. Probleem ruimteindeling - Verkeer - Probleem constructieve eenheid Heel belangrijk is behalve de plattegrond van het huis de verkeerdrich-ting, aangevende indeling der kamers, of het een tentoonstellingsruimte or een zitkamer betreft; men moet goedr ruimte houden voor het verkeer en de hoofdrustpunten regelmatig en ordelijk plaatsen, rekening houdend met eventueel hoogteverschil der dingen. Onverplaatsbare dingen of meubels moeten of een eenheid vormen met de mand of als secundaire indeling meedoen. Verplaatsbare stukken kunnen het best laag zijn. Het is duidelijk dat er door het gebruik een soort plattegrond ontstaat in elk interieur, omdat we ons op de vloer bewegen en niet op de wand of tegen hetn plafond; toch zal deze vloerindeling een voortzetting een ondersteuning beter gezegd: een aanpassing vragen van de wanden en plafond; het is mogelnk de zes vlakken van een ruimte samen te laten rijmen in materiaal, afmeting, Indeling en afwerking, kleur en belichting. Hier kijk op te hebben is een der voornaamste deugden van de interieurarchitect. Het maken van maquetten kan hierbij van groot nut zijn een goede dimensionale werking te bereiken. Wat men ook maakt, een gebouw, een interieur of een meubel er is altijd een zekere eenheid of consequentie van de constructie die samen met de functie en de drie dimensionale werking de vorm en de afwerking bepalen. Probleem zon.licht en kunstlicht Tenzij de afdekking van een interieur glas of ander doorschijnend materiaal is. zoals b.v. in een tentoonstellingszaal, ontneemt de afdekking het grootste deel van het daglicht. Alleen bij vrijstaande huizen zonder hoge begroeiing er omheen valt morgen en avondlicht korte tijd ver naar binnen en op het midden van de dag aan een zijde slechts tot op korte afstand van het raam. Het meeste licht moet komen van verlichte wolken of van de reflectie van de omgeving. De Noordzijde is niet het slechtst bedeeld door de reflectie van de verlichte overzijde. Het spreekt vanzelf dat de wand n van het interieur goede reflectie-vlakken moeten zijn en goede llchtverstrooiers om voldoende profijt van dit licht te kunnen verwachten. Bij de vormgeving en inrichting van het interieur moet rekening worden gehouden met het feit dat de avondverlichting meestal niet van dezelfde kant komt als het daglicht. De verschillende mogelijkheden der kunstverlichting zullen een nietb te verwaarlozen deel van het vak uitmaken, ook met het oog op de eventuele kleurveranderingen, daar het kunstlicht een minder volledig spectrum bevat dan daglicht. Enige hoofdzaken der kleurentheorie behoren tot de noodzakelijk» kennis van de interieur-ontwerpen. Probleem fabricatie gereedschap Handwerk - mach ine werk — Bij het ontwerp van elk ding moeten we overwegen hoe het moet worden gemaakt. Van welk materiaal ? Welke soort van constructie ? Met welks werktuigen of gereedschappen moeten de materialen worden verwerkt ? Het verschil tussen z.g. handwerk en machine werk is geen principieel verschil; het is slechts een gradueel verschil. Hen kan geen ijzer met handen bewerken of hout afkorten of kloven met de hand. Men is begonnen met een soort bell, die beitel werd. Later schaaf » vastgezette beitel die over het hout gescoven werd en nu de schaafmachine die niets anders is dan een ronddraaiende beitel waarlangs hst hout geschoven wordt.
-6- Het ontwerp moet in overeenstemming sijn met de gekozen werkwijze, maar zo, dat hoe meer regelrecht de gekozen werkwijze voert tot de ontworpen constructlevorm, hoe kunstzinniger het product zal zijn. Ik zeg dit in tegenstelling tot de geldende opvatting dat een ding pas kunstzinnig wordt door bijkomstige vormen; bij handwerk is dit precies hetzelfde als hij z.g* machine werk. De goede oude stijlvolle producten bewijzen dit. Dan is er nog een belangrijke factor waarmee men rekening moet houden bij het ontwerpen van dingen waartussen we ons dagelijks bewegen, d.i. de herhaling. Het is een groot verschil of een ding eenmaal uitgevoerd wordt, enige malen of in massa vorm. lange tijd heeft men de vo nawaar de van het serieproduct onderschat. Ru ziet men wel in dat het veel moeilijker is een vorm te vinden die zich handhaaft bij voortdurende herhaling op iedere plaats, dan een vorm voor gen speciaal voorkomend geval. We hopen dat de actie voor de industriele vormgeving in goede handen komt en resultaat zal hebben. Het persoonlijke behoeft hiermee niet in het gedrang te komen; goede neutrale dingen kunnen door hun toepassing en plaatsing middelen zijn om een persoonlijke omgeving te scheppen. Absoluut verkeerd is het echter van de ontwerper om een persoonlijk cachet te willen geven aan een ding dat gemaakt wordt voor algemeen gebruik; hiermee wordt het onmogelijk voor de gebruiker iets persoonlijks ermee te doen. Het zijn juist de elementaire vormen, waarmee alle vormuitdrukkingen te verwerkelijken zijn. Het probleem beschadiging en onderhoud Er zijn materialen waarmee prachtige effecten te maken zijn, b.v. op het gebied van muurbedekking, vloerbedekking of bekleding. Materialen zeer geschikt voor een etalage, maar totaal ongeschikt voor toepassing in een interieur. Zulke materialen, zoals celephaan, verschillende papiersoorten, rib-pa-pier, gaas, geblazen en gespannen glas, zijn al bedorven als men ze wil schoonmaken. Hiertegenover staan de onverwoestbare materialen zoale natuursteen, brons, ijzer, hardhout, tegels enz. De meeste van deze zware materialen vereisen evengoed onderhoud als lichtere materialen, hoofdzakelijk tegen vuil worden; en juist omdat ze er zo sterk uitzien worden ze in het gebruik niet ontzien en ze zullen er wel niet van bederven, maar wel krassen, vlekken en verkleuren aan de oppervlakte. Hiertegen is dan door de schoonmaakster of huisvrouw weinig te doen en moet het vakkundig verholpen worden, zodat het voordeel altijd tegen de grote uitgave opweegt. Een combinatie van materialen te vinden voor een speciaal interieur, dat dooi? z'n voorkomen voldoende wordt ontzien en dat dan verder niet veel vuil aanneemt of laat zien, zodat men niet voortdurend met stofdoek schuier en water behoeft te werken om een verzorgde indruk te behouden is zeer moeilijk te treffen en is lang niet altijd te bereiken met z.g. onverslijtbare materialen. Dit dan nog zo te doen dat met de verzorging van de vloer de wand niet vuil worat en dat geen vuile randen moeten worden voorkomen door middel van glazen sleutelplaten, geboende lambrizeringen muurplanken tussen trapleuning en wand, kleedjes op trappalen, celephaan over lampekappen, hoesjes over stoelleuningen enz. enz. is zeer moeilijk en eist een sterk ontwikkeld gevoel gevoel voor de aard van de materialen. We moeten er hoe langer hoe meer op rekenen dat we zelf alles moeten onderhouden; niet alleen repareren, maar ook zelf schoonhouden en dan moeten we bij elk ding dat we voor ons gemak of plezier aanbrengen
denken: zal ik de moeite op den duur -voor over hebben, of moet ik mijn leven vereenvoudigen, wat natuurlijk evengoed winst als verlies kan betekenen» De ontwerper moet voor zijn opdrachtgever nooit verder gaan dan het maken van de achtergrond» Het leven van de bewoner in de ruimte die hij sehept moet hij vrij laten - niets oxmoodlg vastleggen en ruimte laten voor andere mogelijkheden, als aangegeven zijn door het ontwerp» Sr moet voor de bewoner of bewoonster voldoende overblijven om eigen cachet te geven aan het interieur en hierbij behoort ook het dagelijks onderhoud.» De materialen moeten zoo gekozen zijn dat dit een genoegen is» Hoe geleidelijker de evolutie van de ontwerper is des te beter zal hij de opdrachtgever in deze kunnen bevredigen» Is de ontwerper een pionier, dan zal ook de bewoner zioh wel eens wat meer moeite moeten getroosten, en niet direct bij het eerste onprao-tlseh schijnende onderdeel de inrichting veranderen naar eigen gemak» De ontwerper kan dan bij verdere ontwikkeling de juiste manier van afwerken vinden» Sr ligt een groote taak voor de interieur-ontwerpers in het zoeken naar een goede vloerafwerking, die hygiënisch is en toeh niet te veel geluid geeft bij het loopen, niet krast en niet te veel voetafdrukken te zien geeft. Een goede wand- en plafondafwerking voor eventueel droge montagebouv zoodat de indruk niet die van een sartonnen doos is en de vakken geen hinderlijke verbrokkeling geven, maar als vakken noodig zijn, de maten zoo te kiezen dat een rustige achtergrond ontstaat» De volle aandacht zal in de eerst komende jaren moeten uitgaan naar de afwerking van de massa woning en ook de interieur-ontwerper zal zioh hierbij een invloed moeten verwerven» Ik zie de ontwikkeling in de riohtlng van een fabriekmatig gemaakte kern, waarin alle technische moeilijkheden verwerkt zijn, als trapportaal, deuren, sanitair keuken, verwarming, koeling alle aan- en afvoeren en alle liohtliédingen» De neutrale vertrekken kunnen dan op elke maat naar behoefte worden aangebouwd; en de volle aandacht kan dan worden besteed om deze neutrale ruimtm voor het speciale doel af te wertcen. Probleem bewegende interieurs in: autobussen, treinen en vliegtuigen Hier zullen de nieuwe materialen hun belangrijkste toepassing vinden. Aluminium, rubber, oassetstoffeering, fiberbakeliet, Nylon, speciale glassoorten, montagewerk van industrieel vervaardigde deelen» »t Is eigenaardig dat b.v.in D-treinen waar dagelijks massa msnsehen zieh snel verplaatsen deurtjes van 50 om breedte voldoende worden geacht terwijl woonhuisdeuren en gangen met een minimum van 80 cm bijna onvoldoende schijnen. * t Kamt me voor dat de vloelende vormen en gladde materialen hierbij een belangrijke factor zijn. Bij meer gebruik van z.g.drooge materialen in de bouw voor fabriekmatig gemaakte hui sonde rdeelen kan m.i. tegelijk met het winnen van woon-mogelijkheden nog veel ruimte en bouwtijd gespaard worden, bij trappen, toegangen en installaties. Veel ervaringen opgedaan door toepassing van nieuwe materialen en oon-struoties en de daaruit volgende nieuwe wxm zullen hun invloed op de nieuwe woning hebben, doch omgekeerd zal er van de bestaande woning niet veel geschikt blijken om in deze bewegende interieur toe te passen. Volkomen onzinnig is het b.v.toepassen van z.g.hulselijkheid in deze reislnterleurs, zooals b.v.van opgenomen gordijntjes voor raampjes in vliegtuigen en moderne autobussen. 71 IM|
- 8 - Ik zag in esn autobus van een der modernste Amerlkaanaohe luchtlijnen prachtige mooi en geriefelijk schuin geplaatste ramen volkomen verknoeid door symetriseh ernaast hangende gordijntjes. Verder zag ik in Zweden iets zeer praetisoh n.m.l.een kleine verschuiving van S zitplaatsen naast elkaar waardoor de ellebogen v.d.reiziger» achter elkaar inplaats van naast elkaar komen. Meubel - gebruiksvoorwerp - de stoffeering De inrichting ven groote publieke ruimten moet van algemeene waarde zijn, maar de inrichting van het interieur van de woning is iets zeer persoonlijks. Hoe meer rationeels woningbouw we zullen bouwen, des te grooter de noodzakelijkheid het individueeie in het interieur mogelijk te maken; dit beteekent juist niet dat wij deze moeten gaan maken en dit beteekent ook niet, dat ieder belast moet blijven met een stelletje meubeltjes en deeoratleve voorverpen waarfcfc* hij eigenlijk part nog deel aan heeft, maar waaraan hij nu eenmaal zoo gewend is, dat hij er zich in is gaan thuis gevoelen (gewoonte Is een tweede natuur). Iets anders is het, als iemand f±a toyzondere rede heeft deze dingen om zich heen te houden - het moet niet onmogelijk zijn* Ons werk is echter de ruimten zoo neutraal te houden en de meubelvormen, gebruiksvoorwerpen, zoo primair van hoofdvora te houden, dat alle combinaties mogelijk zijn, zonder de bewoner iets op te dringen: met elke toegevoegde versiering of decoratie doen wij dit vel, beter lijkt het me dat de bewoner los plastisch- of sohllderwerk aanbrengt In zooverre hij hieraan zelf behoefte, tijd, en aandaeht heeft. Moet dan een meubel of gebruiksvoorwerp geheel glad of kaal zijn? We zullen hierop iets verder ingaan: Ia een gebruiksvoorwerp te beschouwen als gereedschap, dat enkele functie*s vergemakkelijkt of veraangenaamd? dan is het verschil tussohen dit en een werktuig waarmee gebruiksvoorwerpen gemaakt alinea worden, alleen dit, dat het werktuig geschikt la om andere dingen te maken en het gebruiksvoorwerp slechts een functie beoogd, (vork, scheermesje). Het gereedsehap heeft hierdoor meer algemeene waarde, maar haar funotie blijft beperkt tot de vakman en vereisoht oefening. Het gebruiksvoorwerp is meer individueel in tt gebruik, maar is voor leder bestemd en hoaminder oefening er voor 't gebruik bij noodig is, hoe beter. De gedachte dat een heel volk uit eenzelfde model glas drinkt is grooter dan de gedachte dat één persoon plezier heeft van Iets byzonderA, of dat ieder een eigen model glas heeft. Het massa product behoeft eohter niet minder mooi te zijn. Integendeel men kan meer aandaeht besteden aan een model voor 100.000 stuks dan aan één ding. Natuurlijk kan men een gebruiksvoorwerp als ondergrond of paneel gebruiken voor plastiek- of schilderwerk ( vaas, kist, blad enz.), men kan dit doen met oppervlakteversoh.il met mat t.o.glans, met doorzioh-tig t.o.ondoorzichtig, met verschil van materiaal (inlegwerk) enz. Dit is een eehilder of beeldhouwkund&ge aangelegenheid, geen architectonische, behoort eigenlijk ook niet meer op het terrein van de toegepaste kunst, maar in vrije kunst met vrij beperking van materiaalkeus. Alleen de afwerking die voortkomt uit de aard v.d .bewerking zal onze volle aandaeht hebben, voor de massa productie. Zooals door het kloppen van metaal deuken en bulten ontstaan die soma inspireeren tot een figuratie - zoo kan het draaien ribbels geven, het persen of stampen plooien - het beitelen golving, enz.enz.. De machine gaat wel minder sohetamatlg naar de bedoelde vorm, maar ook
hier blijven soms afwijkingen van de abstracte vorm over, die we niet mogen negeeren, we kunnen deze zelfs aeoepteeren, want het heeft slechte in zeer weinige gevallen zin de absoluut perfecte vorm te bereiken zooals bij instrumenten, vooral met het oog op beschadiging en onderhoud, waarvan soms tooh nog onderdooien met emallle worden bewerkt» De induetrieele vormgeving verdraagt eohter geen spel - de machinale bewerking zal moeten opleveren de stijl van onze tijd - we staan echter nog aan het eerete begin - het meeste is te verwachten van nieuwe producten zonder traditie - want de traditie van gebruik,vakmanschap en handel die er op ingesteld is maakt het haast onmogelijk een nieuwe serievorm door te zetten* Bij weefsels is een kleurverschil en hierdoor een desein wel gemotiveerd als het voorkomt uit de wijze van wezen en uit de soort materiaal van de verschillende draden, de stof kan er in belaapde opzichten mee winnen, soepelheid - minder kreuken - gewicht enz. De karakteristieke materialen zooals linnen, tentlinnen, katoen en wollen weefsel - tweed, gabardine en dergelijke standaard stoffen zullen altijd een langer leven hebben dan patronen die altijd weer anders kunnen en zullen worden omdat de variatie der draden veel minder overtuigend is. Bij stoffen voor dameskleeding gelden weer andere motleven die niet op ons terrein liggen. Eet karakteristieke van een materiaal uit zich bijna altijd door de z.g.n.productiefouten of gebreken; deze op de juiste wéjze aan te wenden ten nutte van de uiteindelijke vorm verraad meesterschap. Ons vak is een oud vak er zijn vele voorbeelden; we kunnen veel loeren van wat reeds gedaan is, vanaf de Egyptenaren tot de garde periode van de renaissance* Er zijn vele soorten verbindingen, constructies, weefsels, stoffeerings-methoden, afwerkraethoden - die altijd hun waarde zullen blijven behouden - er zijn heele rijen van voorwerpen, waartusschen de mensohen geleefd hebben in de loop der eeuwen; in al deze dingen zijn algemeen geldende waarden te vinden, waarom het goed is ze te kennen. Laten we er eohter altijd om denken, dat elke tijd z'n eigen rythme heeft, die wel verband heeft met vorige tijden, maar tooh ook in zekere zin een tegenstelling, een reactie is* Ieder die een vak grondig wil loeren zal zioh dus een flinke dosis z.g. parate kennis moeten bijbrengen, dooh bij alles er aan denken, dat onze tijd zleh wil bevrijden van veel, wat voor andere tijden onmisbaar was. Waar «aat het nu om in het interieur? Gaat het om de grootst mogelijke bruikbaarheid? en het geraak en bij het woonhuis behalve het gemak de gezelligheid - de rust na de dagtaak? Zeker het slagwoord der z.g.nieuws zakelijkheid ?de woonmachine* drukte zeer duidelijk uit dat men een huis wensohte, dat de dagelijksohe behoeften zoo snel bevredigde dat men tijd overhield voor studie, rust of ontspanning. Dit is een zeer belangrijke opgave en de uitdrukking fltttihnnr van de Zwitser Gldeon "befreiter wohnen" wijst op zeer groote voordeelen van het nieuwe interieur. Het spreekt van openheid en verruiming al is het nog een beetje negatief - want de uitdrukking "befreiter wohnen" slaat meer op wat we ontvlucht zijn, dan op wat we bereikt hebben, maar het opent mogelijkheden. _ De kunst Kèeft/a*l.nög een geheel andere waarde/*ze kan 4e uitdrukking zijn v^n bestaande toe «tanden,
xo - De kunst heeft n.l.nog een geheel andere waarde, ze kan de uitdrukking zijn van bestaande toestanden, ze kan er ook mee breken evenals inzichten en vindingen kan de kunst een nieuwe tijd voorbereiden* Ze wekt de verlangens er naar - het vuurt aan tot verwerkelijking van de nieuwe verhoudingen. De kunst is een belangrijke factor tot bestendiging en vernieuwing van het bewuste leven. De kunst dbtfc doet dit door de ontwikkeling van het waarnemingsvermogen, elke kunst bepaalt zioh in hoofdzaak tot de ontwikkeling van één van onze zintuigen. De kunsten van het zichtbare, de z.g.plastische kunsten zij ontwikkelen het zien. De architectuur en het Interieur bepalen zioh tot het ruimtezien - wat nuchter gesproken het zien met twee oogen tegelijk is en eon z.g.sterlosoopisoh zien ontwikkelt. Door het vergroot en der ontvankelijkheid verruimt zich ons wereldbeeld, want slechts dat, waarvoor we ontvankelijk zijn, wordt realiteit voor ons. Door de eenzijdigheid van de kunstenaars vooral in het begin van een nieuwe stijl, wordt op ieder terrein der kunst, door oonoentratle der aandacht, de ontvankelijkheid vergroot. De schilder wijst ons op ongekende kleurverhoudingen. De beeldhouwer op tot nu toe voorbij geziene vormen en de ruimtekunstenaar maakt de ruimte niet alleen zichtbaar maar geeft hierdoor sohaal aan ons leven, (als je iets gekocht hebt). In de vreugde die ons de vergrooting van eigen ontvankelijkheid en hierdoor de verruiming van ons wereldbeeld geeft herkennen we dat de arohiteotuur haar doel bereikt; dit is het geheim van de ware schoonheid. In de kunst ligt ook nog een groote wijsheid te vinden want zij bevredigt verlangens niet door steeds meer te elachen zooals het is bij luxe en genotmiddelen - maar door minder. Het is duidelijk b.v.dat de kunstwaarde van een schilderij niet afhangt van de hoeveelheid verf of de maat van het doek; de kunstwaarde is alleen afhankelijk van de wijze, waarop het de ontvankelijkheid voor kleurverhoudingen ontwikkelen kan. Zoo is de kunstenaar, die dikwijls de minst maatschappelijke van allen genoemd wordt in wezen de beste econoom - hiermede is elke levende kunst sociaal verantwoord, nog meer dan door haar praetlsohe bruikbaarheid. Vergeet nooit dat deze eeonomisohe factor een der grootste waarden is van de kunst en dat hierin de verklaring ligt v.h.feit dat de echte kunstenaar bezit negeert en macht ontkent. Ja ik durf nog verder te gaan, dat hierin de kiem ligt voor een vreedzame samenleving* Zoo gezien Is ons werk verantwoord in hst doel; en dat doel is dus niet het maken van schoonheid; of het maken van luxe, genot, of het bevredigen van gemakzuoht, maar in de eerste plaats het aanwakkeren tot ruimtegevoeligheid, door het aanwijzen van nieuwe ruimtewaarden. Bij al wat we doen op interieurgebied, alle parate kennis die we gaan toepassen, elk ding dat we construeeren en plaatsen, elke kleur die we aangeven, elk materiaal dat we kiezen bij elk lichtpunt, en llohtre-flexie-vlak moet de ruimtewerking primair zijn, want dan blijven we op het terrein, waarop de interieur-architect waardevol kan zijn; Als we nu zien dat er over *t algemeen nog weinig verlangen Is naar werkelijke vernieuwing v.h.interieur, ja dat men zelfs met een zeker genoegen constateert dat dit streven gelukkig voorbij is omdat men zich gelukkig voelt in bruin glinmend hout, wat geeft ons dan het
- 11 reoht om voort te gaan op de Ingeslagen weg tot verheldering? Heeft het wel nut iets te maken, waarnaar maar een enkeling vraagt? »t Is alleen de vreugde in het telkens opnieuw bereikte dat ons hier antwoord geeft. ................. Voor het uitgevonden warrit was - vroeg iemand naar het vuur - misschien heeft men de uitvinder van het vuur wel verbrand en die v.h.wiel geradbraakt. Maar het was hun vreugde in het bereikte, die hun de zekerheid gaf, dat het ook vreugde zou geven aan de gemeenschap. Dee.'47 Rie tveld

Details

Inventarisnummer
GR042
Soort object
Tekst

Maker

Naam
Gerrit Thomas Rietveld
Geboorteplaats
Utrecht
Geboortedatum
1888-06-24
Sterfplaats
Utrecht
Sterfdatum
1964-06-25
Lees meer
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerrit_Rietveld

Documentatie

Literatuur (4)

  • Bouwkundig Weekblad 66 (1948) 25 (interieur : [deel één]
  • Bouwkundig Weekblad 66 (1948) 26 (interieur : slot)
  • Het interieur : [deel één], [G. Th. Rietveld]
  • Het interieur : slot, [G. Th.] Rietveld

Tentoonstellingen (0)

? Uitloggen

Inloggen

Mijn laatst bekeken objecten