Brief van W. van Tijen aan G. Rietveld

Brief van W. van Tijen aan G. Rietveld (1953-10-21)

Bruikleen 1985.

Dit object is nu niet in het museum te zien

Tags van gebruikers

Er zijn nog geen tags toegevoegd

i

Toelichting

Inhoud tekst (op basis van OCR)

J VM TIJEA ESI MUSKMT i ii 1 ƒ i f MEDEWERKEND ARCHITECT IR W. WISSINO B.I. t 1 ROTTERDAM t STATIONSPLEIN TELEFOON : 11 96 42 BUITEN KANTOORTIJD: IR. W. VAN TIJEN S1779 H. A. MAASKANT 26671 BANK: ROTT. BANK N.V. GIRO REKENING 322667 ? m De WelEd.Geb. Heer G. Rietveld, Oude Gracht 55» UTRECHT. ANTW. OP UW BRIEF BETREFT WERK A. C. VT/E rotterdam, 21 October 1953* Beste Rietveld, Sinds twee weken hangen je voorstellen inzake de gevels van "Geuzenveld" voor mijn neus op mijn kantoor en kijk ik er dagelijks bewust of onbewust naar. Ik doe dat dikwijls wanneer ik over een voor mij belangrijke kwestie moet beslissen, maar het is nu wel zo ver, dat ik over je voorstellen een mening heb en daar wil ik je nu graag over schrijven. Om echter duidelijk te maken waartoe ik voor mijzelf gekomen ben, wil ik eerst proberen te omschrijven hoe ik op het ogenblik probeer te werken. Ik geloof, dat je van mij begrepen hebt, dat ik wil proberen om in het komend werk terug te komen op een zo sterk mogelijke functionele basis, zoals in de begintijd van mijn werk (Zutphen, Bergpolder en zo), maar dan met gebruikmaking van alles wat wij allemaal en ik persoonlijk sindsdien hebben geleerd en zijn verder gekomen, technisch, sociaal en stedebouwkundig. De architectuur, of liever dat wat men zelf en misschien anderen architectonisch mooi zullen vinden, is daarbij niet mijn uitgangspunt, zoals dat geloof ik wel het geval is voor architecten als Oud en Bakema en in bepaalde opzichten ook voor jou. Persoonlijk wil ik van de andere kant het vraagstuk benaderen. Ik wil het wonen en het bouwen zoals het is en in zijn overgang tot wat het kan zijn, zo kernachtig mogelijk tot uitdrukking brengen. Ik hoop dön, dat dit zal leiden tot een bijdrage aan de architectuur. Ik weet nu wel, dat deze manier van doen voor mij de beste is en misschien ook voor enkele anderen op wie ik in dit opzicht lijk, zoals Merkelbach. Ik weet dat de meer typisch artistieken waarschijnlijk meer aan de kant van de architectonische conceptie beginnen en hun opgave in hun visie laten ingroeien. Maar of men de ene of de andere weg volgt is een kwestie van persoonlijke aard en kunnen. Het doel is het zelfde: een bijdrage aan de architectuur. Wat ik daarbij ook geleerd heb te begrijpen is, dat deze bijdrage van ieder daarbij een andere moet zijn en dat juist in het verschillend zijn van deze bijdragen de groeimogelijkheden van de architectuur gelegen zijn. Eenvoudig gezegd, ik heb het gevoel mijn eigen werkterrein en werkwijze voor goed gevonden te hebben en zal niet meer proberen wat andere gebieden voor mij kunnen opleveren of wat Ik daarin doen kan. ALLE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD VOLGENS DE ALGEMENE REGELEN EN H O N O R AR I U M T A B EL L E N VAN DE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER BOUWKUNST, BOND VAN NEDERLANDSE ARCHITECTEN, B.N.A., GEDEPONEERD TER GRIFFIE VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM
De WelEd.Geb.Heer G.Rietveld VM TIJEN M MAASKANT utrecht. 21 October 1953» vT/E, A.C. vervolsbladI Ik ben mij echter bewust, dat ik een beetje laat tot deze beslissing kom en daarom ben ik meer dan ooit er op gespannen uit het werk dat ik onder handen heb te halen wat er uit te halen is. Ik schreef zonet, dat ik wil proberen in het komende werk zoveel mogelijk te benutten van wat ik zelf en wij allemaal samen in de afgelopen jaren verder gekomen zijn en een van de belangrijke dingen is daarbij voor mij vooral het benutten van de onderlinge contacten met anderen, die ook op hun manier voor de architectuur werken. a Je weet, dat lk het met bijna iedereen geprobeerd heb. Veel daarvan is misschien wel interessant, maar toch weinig productief gebleken, zoals contacten met v.Ravesteyn, Dudok, Oud, Molière of Berghoef. Ik zoek zulke contacten dan ook niet meer. Er zijn ep echter andere aanrakingen, die voor mij tot het meest wezenlijke van het architectuurleven behoren, zoals die met 3-ou, met Bakerna, met Jan, met v.Eyck, Herman Haan, enz. Ik heb een intense behoefte om mijn werk niet na gereedkoming - want dan heeft dit niet zo veel zin meer, men is allang weer heel ergens anders - maar tijdens het ontstaan te toetsen aan de mening van die anderen. En ik zou eigenlijk nog verder willen gaan. Ik zou niet alleen willen toetsen en vergelijken, maar ook willen samenwerken, zien of meerdere architecten samen een gebouw kunnen maken» ongeveer zoals dat geregeld gebeurt op een bureau, maar zoals dat tussen zelfstandige architecten veel moeilijker is. Ik probeer dat op allerlei manleren met Wissing, met enkele van onze mensen en in Ede met Herman Haan. Deze laatste samenwerking heeft wel wat opgeleverd, zeker voor mij en hopenlijk ook voor hem, maar ook is daarbij de grens van wat wij samen kunnen doen ook wel weer duidelijk gebleken. In deze zelfde zin kwam ik er toe te proberen, wat wi.1 samen zouden kunnen bereiken. Onze rondrit door Rotterdam en het gesprek daarna tussen jou, Boom en mij was daarbij voor mij van het beste en waardevolste wat lk in de architectuur heb beleefd, en zoals ik toen ook zeide, begrijp en deel ik eigenlijk je bezwaren tegen de gevels zoals wij die tot nu toe hebben gemaakt. Jouw oplossing met de sterkere ruitindeling is feitelijk ook functioneler dan de onze. Nu weet je, hoezeer ik van te voren heb gehoopt, dat ik, wat jij er aan zou doen, zo zonder meer zou kunnen overnemen. Ik had gehoopt om te kunnen zeggen: "Kijk, zo kunnen Rietveld en lk nu samenwerken." Ik geloof dat dat echt iets waardevols geweest zou zijn. Omdat ik dit zo hoopte, liet ik je tekeningen enkele weken op mij inwerken voor ik er iets over besloot, maar ik heb bemerkt dat ik ze - ondanks mijn wens daartoe - toch niet kan overnemen. Het is voor mij een ervaring te merken, dat ik al het bovenstaande ten spijt het persoonlijke in mijn werk toch niet meer wil afstaan. Wanneer ik nog jonger was, zou ik het misschien proberen, zoals ik al zo veel geprobeerd heb en het nooit erg vond als iets maar gedeeltelijk lukte. Op dit moment en met dit werk durf ik dat niet meer.
VAN TIJEN EN MAASKANT De WelEd.Geb.Heer G.Rietveld Utrecht. 21 October 1953, vT/E,A.C • VERVOLGBLAD 2 Ik weet niet, of dit een individualisme is, waar ik niet overheen kan komen, of dat een manier van samen iets doen zoals ik bedoelde niet mogelijk is. Ik weet alleen, dat ik de overname van je gevels niet aandurf. Ik heb daarbij echter wel het gevoel tegenover jou onbescheiden te zijn geweest. Ik had je feitelijk niet zo uit je tent mogen halen zonder de zekerheid dit samen te kunnen doen. Ik weet niet of jij dit ook zo voelt - misschien niet - maar ook in dat geval voel ik het toch zo. Wil mij het gebeurde persoonlijk niet al te kwalijk nemen» Het is een gevolg van mijn onverzadlglijke lust om telkens iets te proberen, gecombineerd met de wens om iets van het fundamentele, dat jij altijd in je werk weet te leggen, te laten samenvloeien met het mijne. Ik zie nu dat dat niet kan, maar schaam mij een beetje tegenover jou dat ik het op deze wijze heb geprobeerd. Jij bent nu eenmaal Herman Haan niet. Desondanks of misschien juist daarom is deze poging voor mij enorm waardevol. Door er jou zo Intens in te betrekken heb ik pas voor het eerst helemaal precies gevoeld, wat ik alleen zélf kan doen. Wanneer ik zeker wist, dat wat uit dit werk zal worden, de moeite waard is, dan zou ik het misschien niet eens erg vinden (en jij stellig niet) dat jij op deze manier door mij bent gebruikt. Maar of dit werk daarvoor voldoende de moeite waard wordt, weet ik natuurlijk niet. Ik weet wel, dat ik het intens probeer, maar dat deed ik altijd en toch vond ik bijna altijd het resultaat hoogstens goed genoeg als Meen goede les" voor een volgende keer. Je weet echter, dat een architect desondanks altijd in die volgende keer moet blijven geloven en daarom hoop ik, dat je mij voorlopig mijn experiment niet kwalijk wilt nemen en dat wij samen over enkele jaren eens kunnen gaan zien of het misschien toch de moeite waard geweest is Intussen sluit ik hierbij een chèque in als honorarium voor je advies. Je begrijpt dat toen ik je medewerking vroeg ik die natuurlijk niet als pro deo bedoeld heb, al weet ik dat je daaraan nooit gedacht zult hebben. Ik hoop, dat ik het bedrag redelijk heb geschat. Je,

Details

Inventarisnummer
RSA0685
Soort object
Correspondentie, brief

Meer

Meer van dezelfde persoon

? Uitloggen

Inloggen

Mijn laatst bekeken objecten