Documentatie over ontwerp uitbreiding Centraal Museum

Documentatie over ontwerp uitbreiding Centraal Museum (1959-06-23 - 1963-06-24)

Dit object is nu niet in het museum te zien

Tags van gebruikers

Er zijn nog geen tags toegevoegd

i

Toelichting

Inhoud tekst (op basis van OCR)

MÜSÏÏUMCOMMISSIS Utrecht» 23 juni 1959 A.2.) Aan het College van Burgemeester en Wethouders van ÜTR8CHT Betr.t plan voor uitbreiding Centraal Museum 3 hijlagen In antwoord op Uw brief d.d* 27 april 3*11» nr* 2167 AZ» delen wij ÏÏ mede» dat wij ons uitvoerig hebben beraden op de mogelijkheden inzake het bouwen ven nieuwe museale ruimte op het terrein waar thans de artilleriestallen staan* Wij deden dit met behulp van een door ons lid» da heer G* Hletveld» opgesteld schetsmatig overzicht, waarvan wij U hierbij een exemplaar doen toekomen* Op deze tekening zijn aangegeven» (a) de omtreklijn van d@ bestaande bebouwing? (b) de omtreklijn van een mogelijk© totaalbouw en (o) de omtreklijn van een eerste gedeelte als deel van het totaalplan» dat voor een bedrag van t 1*500*000*- (exclusief inrichtingskosten) zou kunnen worden gebouwd* In de eerste bouwfase zullen de tuinzaal en de artilleriestal» waarin het atelier van de beeldhouwer Jan van Luyn is gevestigd, behouden worden, Tussen deze beide gebouwen zou voor f 1,500*000*- een nieuw museumgebouw kunnen worden gebouwd» dat bestaat uit een aan de tuinzaal grenzende ruimte van 18 x 24 m en een grote vleugel van 66 x |i m. Indien deze grote vleugel twee bouwlagen zou bevatten van elk vijf meter hoog» dan zou deze de volgende ruimten kunnen bevatten» een tentoonstellingszaal van 30 x 18 m, ach t zalen van ruim 12 x 18 w, (waarvan vier met bovenübht), één zaal van 18 x 18 m» alsmede een sous-terrain» bestemd voor werkplaatsen» depots en een rijwielstalling* Bit gedeelte van het gebouw zou dan in totaal 1400 m2 expositieruimte voor de permanente collecties van het museum en een tentoonstellingszaal van 540 m« kunnen bevatten* ÏÏ kunt zich van deze oppervlakte een voorstelling maken wanneer u een vergelijking maakt met de drie Van Sco-relzalen op de parterre en ae negen zalen op de eerste stage van het huidige museumgebouw, Tezamen bieden die slechts 616 mz expositieruimte, terwijl voor grote tentoonstellingen thans over * 450 m« kan weden beschikt* Be aan de tuinzaal grenzende nieuwe ruimte zou kunnen bevatten een kleine tentoonstellingshal van 18 x 12w, een zaal van dezelfde omvang erboven en aan de singelzijde een eenvoudige restauratiegelegenheid van 18 x 12 m» met toegangsmogelijkheid tot het museum.
2 Het nieuwe gedeelte van het museum kan met het huidige gebouw worden verbonden door een glazen oorrldor vanuit de tentoonstellingshal. In deze corridor kunnen grote openslaande deuren/worden aangebracht, zodat de brandweer bij brandgevaar mat rijdend materieel de achterzijde van het mu~ seuagebouw kan bereiken* Voor het publiek blijft het bovendien mogelijk zioh van de ene naar de andere museumtuin te begeven* De voorlopige indeling van het museumgebouw na voltooiing van deze eerste bouwfase is omschreven in bijlage 2 van deze brief* Uit dit overzioht blijkt, dat na de eerste bouwfase aan een aantal dringende desiderata zou zijn tegemoet gekomen* Andere desiderata zullen eerst in een latere bouwfase in overweging kunnen worden genomen» Zo zal het nog niet mogelijk zijn de collectie, welke zich thans in het Fenfener van VXis-singen-huis bevindt, over te brengen naar het nieuwe museumge-bouw, uitgezonderd schilderijen en andere kunstvoorwerpen welke in de nieuw in te richten stijlkamers zullen passen; evenmin zal er reeds expositieruimte beschikbaar komen voor de kunstnijverheid* Ook het Museum voor Nieuwe Religieuze lunst zal nog niet kunnan worden overgebracht* Ben aula met garderobe voor tenminste 400 personen voor openingen, ontvangsten en lezingen zal nog niet ter beschikking kunnen komen; voorshands zullen de tentoonstellingsruimten eveneens voor deze doeleinden gebruikt dienen te worden» De Huisvesting van de dienstruimten zal nog onvoldoende en van te geringe omvang blijven; ook zal er nog geen ruimte voor de inrichting van een bibliotheek beschikbaar zijn* Aan het geheel van deze desiderata zal eerst kunnen worden tegemoet gekomen, wanneer in de toekomst tot verdere uitbreiding van de bebouwing op het beschikbare museumterrein zal worden overgegaan* Ook op de oplossing van dat probleem hebben wij ons bezonnen en wel met inachtneming van Uw eis, dat het huidige museumgebouw behouden blijft* Onze gedachten gaan dan uit naar een bebouwing van de plekken, die momenteel door het atelier van de heer Van Luyn en de tuinzaal worden ingenomen, alsmede naar een glazen overkapping van het gedeelte van de museumtuin, dat wordt omsloten door het huidige gebouw. Overigens zouden wij deze laatste oplossing om esthetische en museumtechnische redenen weinig aantrekkelijk achten* Zn deze gedachtengang kan de conciërgewoning niet behouden blijven, maar wij nemen aan, dat Uw eis niet zover gaat, dat U deze woning onder alle omstandigheden gehandhaafd wenst te zien, temeer daar deze woning heel dicht op de Hicolaaskerk staat, slechts door een smal paadje van het koor van de kerk gescheiden* Intussen zijn wij de mening toegedaan, dat deze wijze van bebouwen geen harmonische ruimtelijke indeling van het terrein en zijn omgeving zou opleveren* Wij menen, dat het aanzien van deze hoek van de binnenstad, waarin men de Nicolai-Kerk omgeven zou willen denken door architectonisch aantrekkelijke gebouwen, op een meer
3 verantwoorde wijze kan worden gediend wanneer te zijner tijd wel degelijk wordt overgegaan tot amovering van de niet-histo-rische delen van het huidige museum. Hierdoor sou de hoofdentree van het museum geprojecteerd kunnen worden aan het plein, hetgeen overzichtelijk en aantrekkelijk zou zij». Be Museumcommissie # De Secretaris, De Voorzitter, V-t. ^.VVelsev MN W- ol«r VIist
BI.1 lap:q 2, behorende bij brief d.d* 23 junifovan Museumcommissie aam B. en J Voorlopige indellms van het museumgebouw na voltooiing van de' eorsta bouwfase HUIDIG MUSEÜMGEBOUW kelder het Utrechts schelp depots parterre huidige Van Seorel-zalenj Romeinse verzameling van het FUG benedenkapelt stenen voorwerpen van hst ABM acht huidige stijlkamerss blieven ter plaatse drie huidige AM-zalen$ in nader overleg te verdelen tussen AM en gemeente eerste verdieping bovenkapels collectie van het Oud Katholiek Museum negen zalah CM: verdere inrichting van stijlkamers (tot 1930) drie huidige AM~zalent in nader overleg te verdelen tussen ABM en gemeente tweede verdieping vier zaleni gemeentelijke kostuumverzameling drie zalen s paramenten van het ABI 4én werkkamer voor het PÏÏó (thans niet beschikbaar) drie dienstvertrekken voor het AM (thans twee beschikbaar) vier " * " CM ( * drie M ) ÏUINZAAl histörlsehe afdeling van het CM NIS UW MUS EUMGIÏDOUW tien zalent in nader overleg te verdelen tussen AM en gemeente (indien mogelijk me* de inrichting aan te vangen met de periode Van Scorel) SS.^SJSÏÏtiiSSESS.j ™ ^ « eenvoudige restauratiegelegenheid, waarin onder te brengen het Bmpirewlnkel-interieur en de verkoopruimte voor catalogi, reprodukties e.d* I
Besprekingsnotities d.d. 27 maart 1962. Onderwerp: Uitbreiding Centraal Museum. Aanwezig: hr. Rietveld j Architectenbureau Rietveld, Van hr. Van Dillen ) Dillen en Van Tricht. dra. Peiser, bureau culturele zaken, stadhuis ir. Dam ir. Eeckhout hr. Kuis ) O.W. hr. Stortenbeker hr. Uittenbogaard 1. De heer Rietveld deelt mede dat, in afwachting van de definitieve opdracht voor het te vervaardigen ontwerp voor een uitbreiding van het Centraal Museum,aan andere opdrachten voorrang is verleend. Spreker geeft vervolgens een toelichting op het ter tafel gebrachte voorlopige schetsplan. In hoofdzaak is gedacht aan het bouwen van een aantal grote ruimten, die naar behoefte, door middel van verplaatsbare panelen kunnen worden onderverdeeld. In de theekeuken is de empire-winkelbetimmering gedacht waarover het C.M. beschikt. 2. Drs. Peiser geeft een overzicht van de toekomstige ontwikkeling van het museum en wijst er daarbij op dat: a. de eerste verdieping van de vleugel langs het ïïicolaas-kerkhof niet kan worden benut voor het inrichten van stijlkamers; b. overwogen dient te worden in de nieuwbouw stijlkamers te maken (er is thans materiaal voorhanden om 6 stijlkamers in te richten); c» ook onder een eventueel later te maken uitbreiding ter plaatse van de tuinzaal moeten kelders komen voor depotruimten en werkplaatsen. 3. De heer Rietveld denkt het in eerste instantie te bouwen deel van de uitbreiding o.m. geschikt te maken voor tijdelijke exposities. Ir. Dam wijst er op dat de toegang tot tijdelijke exposities onafhankelijk van het museum mogelijk moet zijn (afzonderlijke toegangsprijs). 4. Ten aanzien van de vraag of uitvoering in staal dan wel in beton voorkeur verdient merkt ir. Eeckhout op dat de Brandweer vrijwel zeker zal eisen dat stalen kolommen, enz. zullen worden bekleed. De heer Rietveld zegt dan de voorkeur te geven aan beton. 5. Ir. Eeckhout zal gegevens over de bodemgesteldheid ter 2780-1962. plaatse verzamelen en die aan de heer Rietveld verstrekken.
- 2 - 7 'Jy S. M® m . Voor verwarming kan gerekend worden op aansluiting aan het P.Jü.G-.TJ.S.-net. Jen regelruimte voor de P.Jü.G.U.S.-verwarming' dient zo mogelijk centraal in de uitbreiding te worden gesitueerd ( in de kelder). Bij voorkeur in de lengterichting van het gebouw een leidingenbaan opnemen. . heer Rietveld zal een uitneembare maquette van het ont-ï/twerp doen vervaardigen. Peiser dringt er op aan zo spoedig mogelijk overleg te n met de landelijke museum-commissie. Ir. Dam zal in-ren welke procedure in deze dient te worden gevolgd. navolgende afspraken worden gemaakt: de heer Rietveld zal 2 stel afdrukken van staande schetsen verstrekken, opdat ir. Hs de thans berkhout en de b, heer Kuis het plan reeds kunnen bestuderen; op 5 april 1962 zal de heer Rietveld een bespreking hebben met ir. Eeckhout over de constructies, daarna zal een bespreking met de heer Kuis plaatsvinden; c. vervolgens zal ir. Dam contact leggen tussen de heer Rietveld en het G-.J.V.U. opdat de verlichting kan worden besproken; d. de heer Rietveld zal er naar streven op 8 mei 1962 het voorlopig ontwerp gereed te hebben; e. het voorlopig ontwerp zal op 8 mei 1962 te 14.00 uur worden besproken (in de vergaderzaal s.o.); f. bij de onder e bedoelde bespreking zal ook de heer Van Alff aanwezig zijn; g. na de onder e bedoelde bespreking zal door O.W. (hr. Stortenbeker) de begroting van het plan worden opgesteld; voor vitrines, verplaatsbare panelen e.d. zal de heer Rietveld een raming geven; h. er wordt naar gestreefd het voorlopig ontwerp in juni 1962 aan Burgemeester en Wethouders aan te bieden; i. als centraal punt bij 0.«. voor de uitwisseling van stukken e.d. wordt aangewezen de heer Uittenbogaard, Aan: alle aanwezigen, hoofddirecteur. directeur t.d.
- 2 - De heer Kuis vraagt in verband met de van hem verlangde raming van de kosten der verwarmingsinstallatie of er/eisen zijn t.a.v. de relatieve vochtigheid.en - zo ja, welke - of er/kunstmatige ventilatie en koeling nodig wordt geoordeeld en we l'ke?tempe ra-tuur, er in net museum moet heersen. Ir.Dam zegt hieromtrent het advies van de inspecteur voor de roerende monumenten, dr.Lunsingh Scheurleer, noodzakelijk "te. achten. 4. De heer Rietveld heeft voor alle ramen venetianblinds gedacht, die niet worden opgetrokken, doch alleen naar behoefte worden gekanteld. De kunstverlichting zal moeten bestaan uit verborgen opgestelde witte T. L.-armaturen.' Ir.Dam zegt toe de" heer Hansen van het G-.E.V.U. bij de heer Rietveld te zullen introduceren opdat nader overleg over de verlichtingsinstallatie kan plaats vinden. 5. Ir.Dam brengt verslag uit over het door hem met dr.Iunsingh Scheurleer gepleegde overleg. Daarbij is gebleken dat de landelijke museumcommissie geen adviesorgaan is dat wordt ingeschakeld bij de verkrijging van rijksgoedkeuring. Afgesproken werd met dr.Iunsingh Scheurleer het plan met hem te besprak en zodra daarover intern overeenstemming bestaat. 6. De heer Rietveld merkt op dat het thans overgelegde ontwerp de instemming heeft van me,j .dr.Houtzager (C.M. ) en dr.Bouvy (A.E 'M.). 7. Ir.Eeckhout zegt dat de bodemgesteIdheid toelaat het gebouw vrijwel geheel op staal te funderen.Er moet échter rekening mee worden gehouden dat ter plaatse van een oude begraafplaats wordt gebouwd. Tussen ca. 1,25m en 2,25m beneden maaiveld worden vele beenderen aangetroffen. De eenvoudigste oplossing is deze te verzamelen en bij de Nicolaaskerk in de tuin in een massagraf weer opnieuw te begraven. Het gebouw kan constructief in beton worden opgebouwd. Alleen voor het dak beveelt spreker een staalconstructie aan. Het maken van 2 dilatatievoegen is voldoende. 8. De heer Van Dillen wijst er op dat onder een groot deel van het hoge bouwdeel aan de Nicolaasdwarss.traat geen kelder behoeft te worden gemaakt. De behoefte aan/depotruimte bij een museum is echter altijd groot. Wellicht ware het daarom wenselijk onder dit gehele bouwdeel een kelder te maken. De meerkosten voor het maken van een kelder in plaats van een eenvoudige kruipruimte worden ter vergadering globaal geschat in de orde van f.125.000,-. 9. De kelderruimten verder besprekende wordt het volgende opgemerkt: a. de oppervlakte van de werkplaatsen zijn iets kleiner dan in het programma van eisen is aangegeven; voor berging van kunstvoorwerpen in oorlogstijd behoeven geen maatregelen te worden getroffen; c. het inrichten van een fotografisch atelier is nog een strijdvraag tussen Burgemeester en Wethouders en mej.dr.Houtzager; d.
- 3 - a. onaer ae uitbreiaing, aie t.z.t. ter plaatse van ae huiaige tuinzaal zal komen, aient eveneens een keiaer te woraen gemaakt (aepot e.a. voor A. B.M. )„ 10. Tijaens de bouw zal ae tuinzaal moeten woraen gebruikt als aepot e.a. Voor ae conciërge moet elders, een tijaelijke huisvesting woraen gezocht. Voor het c.i, zijn overigens geen tijaelijke voorzieningen noaig„ 11. Of een aubbele beglazing zal woraen aangebracht is afhankelijk van ae aaviezen van ar.Lünsingh Scheurleer. 12. De heer Rietvela zal bezien hoe in een rijwielstalling voor het personeel kan woraen voorzien. Een rijwielstalling voor'bezoekers worat niet noaig geacht. 13. Een toegang aan ae zuiazijae tot ae keiaer, waarin het Utrechtse schip ligt, worat aoor mej.ar.Houtzager gewenst. 14. De liftkamer behoeft niet boven het aak uit te steken. In ae begroting zal t.z.t. een afzonaerlijk bearag voor ae liftinstalla-tie woraen vermeia. Het A.B.M. heeft nog nooit ae behoefte aan een lift geuit. 15. Tegen ae aoor ae architect geprojecteerae afrit naar ae expeai-tie woraen enige bezwaren geuit. In overweging worat gegeven een inrit (of los- en laaagelegenheia) te maken op ae begane grona aan ae zijae van ae Nicolaasawarsstraat. De heer Rietvela zal e.e.a. naaer bezien. 16. Voor ae ophanging van schiiaerifen, komen in ieaer geval aan ae bovenzijde van alle wanaen ophangrails. In of aan ae wana zullen voorts nog naaer aoor ae architect te bepalen voorzieningen moeten woraen aangebracht. 17. Door het Architectenbureau Rietvela, Van Dillen en Van Tricht zal ae begroting van ae benoaigae inventaris, incl.vitrines, schotten,poaia, enz. woraen opgesteia. Voor vernieuwing van ae inventaris in het thans bestaaMe museum zal een p.m.-post in ae begroting woraen opgenomen. 18. De heer Rietvela zal -naaer aangeven hoe en waar hemelwateraf-voeren kunnen woraen aangebracht. 19. De heer Rietvela wenst het bestaaMe hek tussen ae toekomstige conciërgewoning en ae bestaanae woningen aan ae Nicolaasawars-straat te hanahaven. 20. De heer Van Alff wijst er op aat ae tuin tussen ae Nicolaïkerk en ae uitbreiaing van het C.M. voor ongeveer ae helft eigenaom y is van ae N.H.-gemeente. 21. De heer Rietvela zou het op prijs stellen wanneer ae thans bestaanae kinaerspeelplaats aan ae Nicolaasawarsstraat naar eiaers worat verplaatst. 22.
- 4 - De heer Van Alff vraagt doorsneden over het gebouw van kerk tot singel en vraagt het werkterrein zoveel mogelijk aan de singelzijde te situeren opdat de tuin van de kerk grotendeels gespaard kan "blijven. De heer Rietveld zegt toe de doorsneden te zullen verschaffen zodra hij "beschikt over juiste hoogtemetingen van het "bestaande terrein. Drs.Peiser merkt op dat een vertrek voor de suppoosten ontbreekt. Ir.Dam zegt toe een bespreking met dr.Iunsingh Scheurleer te zullen arrangeren (deze bespreking zal plaats vinden op woensdag 16 mei 1962 te 9-15 uur in vergaderzaal s.o.). 25. De heer Rietveld zal - ter aanvulling en eventuele wijziging op de ter vergadering overhandigde brief - per brief nader aangeven hoe in een rijwielstalling voor het personeel (punt 12) en het vervallen van de afrit naar de expeditie (punt 15) kan worden voorzien. 26. Na de onder 24 bedoelde bespreking zal vermoedelijk ieder, die bijdragen voor de begroting moet leveren, over alle benodigde gegevens beschikken. In principe wordt afgesproken dat ieder de gegevens voor de begroting uiterlijk op 15 juni 1962 gereed zal hebben. 27. Ir.Dam zal met mej.dr.Houtzager overleg plegen over de eventueel benodigde voorzieningen in de tuinzaal, opdat die zaal tijdens de bouw als depotruimte kan worden gebruikt. 22. AAN: alle aanwezigen hoofddirecteur directeur techn.dienst.
Ji Besprekingsnotities dd. 15 mei 1962. Onderwerp: Uitbreiding Centraal Museum. Nr. 3. Aanwezig: dr.Lunsingh Scheurleer, inspecteur roerende monumenten, 1. Nadat ir.Dam in het "bijzonder dr.Lunsingh Scheurleer heeft welkom geheten, geeft heer Rietveld een toelichting op het plan. 2. Dr.Lunsingh Scheurleer wijst er op, dat het zeer wenselijk is dat vrachtauto's de expeditie kunnen binnenrijden c.q. onder een luifel kunnen lossen. Omtrent de mogelijkheden van een afrit naar een in de kelder ondergebrachte expeditieruimte acht spreker overleg met een expediteur ten zeerste gewenst. De heer Rietveld zegt toe te dezer zake inlichtingen te zullen inwinnen bij de fa. Van der Lee. Dr.Lunsingh Scheurleer wijst vervolgens op de beveiliging tegen brand en diefstal bij de expeditie-ingang. 3. In verband met het interne transport van grote stukken wijst dr.Lunsingh Scheurleer op de wenselijkheid van hoge deuropeningen. 4. Het museum beschikt thans o.m. over een meubelmaker en een schilder. Het aantrekken van een stoffeerder wordt gewenst. Tot dusver worden nog geen schilderijen in het museum gerestaureerd. Een ruimte die eventueel geschikt kan worden gemaakt voor restauratie van schilderijen dient over een zeer goede dagverlichting te beschikken. 5. Een brandput dient niet in het gebouw maar in de tuin te worden gemaakt. 6. Aan de brandweer moet advies worden gevraagd over de te maken branddeuren. drs.Peiser, bureau culturele zaken stadhuis hr.Hansen ) _ hr.Wassenaar ) G.E. V.U. ir. Dam ) 7.
- 2 - 7. Aan de heer G-ussenhoven (hoofd afd. "bescherming monumenten van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg) dient advies te worden gevraagd over uit een oogpunt van bescherming tegen oorlogsgevaar e.d. te treffen maatregelen! Dr.Lunsingh Sc'heur-leer zegt er de voorkeur aan te geven wanneer zo dicht mogelijk bij het museum een kelder aanwezig is waar de kunstvoorwerpen in geval van oorlog kunnen worden opgeborgen. 8. Dr.Lunsingh Scheurleer wijst met nadruk op de wenselijkheid de depotruimte zo groot mogelijk te maken. Een depot in een kelder dient bij voorkeur boven het grondwaterpeil te zijn gelegen. Drs,Peiser merkt op dat een deel van het depot is ondergebracht in de school aan de Poortstraat. Overbrenging van dat depot naar het museumgebouw zou wenselijk zijn. 9. De heer Rietveld zal in de vloer boven de expeditie een luik opnemen. 10. De heer Wassenaar geeft een overzicht van de bestaande beveiliging tegen inbraak. Na verschillende systemen van beveiliging te hebben besproken wordt besloten de te bouwen uitbreiding van het museum op soortgelijke wijze te beveiligen als het thans bestaande gebouw. 11. Dr.Lunsingh Scheurleer zegt er de voorkeur aan te geven wanneer de vochtigheid in museumruimten varieert tussen 60 en 65$ R.V. en wijst er voorts op dat voor bevochtiging geen systeem met kalkhoudend water kan worden toegepast. De heer Kuis zegt te denken aan een radiatoren-verwarmingsinstallatie met een luchtbevochtigingsinstallatie die vanuit een centraal punt wordt bediend. Dr.Lunsingh Scheurleer geeft in overweging kennis te nemen van de terzake in het Rijksmuseum opgedane ervaringen. 12. Sterke temperatuurschommelingen moeten worden voorkomen. De heer Rietveld zal voor zonwering aan de buitenzijde aangebrachte venetian blinds toepassen alsmede vaste schoepenstelsels. Zonwerend glas zal niet worden toegepast. 13. Een koelinstallatie zal niet worden aangebracht. 14. De heer Rietveld wenst op gezichtshoogte een verlichtingssterk-te tussen 200 en 300 Lux. De heer Hansen wijst er op dat de grote verdiepinghoogte en de door de heer Rietveld gekozen wijze van verlichting een zeer groot aantal T.L.-armaturen vordert. Of een trafo-ruimte in het gebouw moet worden opgenomen is nog niet bekend. 15. Dr.Lunsingh Scheurleer zegt voorkeur te hebben voor het nabij elkaar situeren van de staf-, werk- en dienstruimten. De heer Rietveld en ir.Dam zullen hedenmiddag met mej.dr.Houtzager de situering van deze ruimten bespreken. 16.
- 3 - 16. Transporten moeten in de kelder mgehr'.nderd kunnen plaatsvinden. 17. Ook het toezicht op, ("e verschillende toegangen tot het gebouw zullen nader met mej.dr.Houtzager worden besproken. 18. Stalling van bromfietsen dient buiten het museumgebouw te geschieden. 19. In het plan is een vertrek voor suppoosten opgenomen. 20. Ir.Dam zegt toe een bespreking te zullen beleggen met de Ned.Herv.kerk teneinde de wijzigingen van de tuin achter de Nicolaïkerk nader onder ogen te zien. 21. Op 28 mei en 7 juni zullen verschillende musea worden bezocht. De volgende bespreking vindt plaats op 26 juni 1962 te 10.00 uur. AAN: alle aanwezigrn hoofddirecteur directeur techn.dienst
/ "' I JL -H-^ Besprekingsnotities dd. 26 juni 1962. Onderwerp:Uitbreiding Centraal Museum. Nr. 3. Aanwezig: hr.De Smedt, plv.dir.Centraal Museum, hr.Rietveld ) Architectenbureau Rietveld, Van Dillen hr.Van. Dillen ) en Van Tricht, drs.Peiser, "bureau culturele zaken, stadhuis, hr.Hansen hr.Wassenaar Gr. E. V.U. ir.Dam ) hr.Kuis ) hr.Stortenbeker hr.Uittenbogaard O.W. 1. De heer Rietveld zal de grote_maquette, die van de uitbreiding van het Centraal Museum ïs gemaakT^ naar het stadhuis laten brengen nadat drs.Peiser heeft bericht waar deze maquette ten stadhuize kan worden geplaatst. 2. Stalling van bromfietsen zal niet plaats vinden in het gebouw. Ook elders öp'hëï"terrein zal geen afzonderlijk gebouwtje voor dit doel worden opgericht. 3. De heer Wassenaar deelt mede dat in het plan een transformatorruimte (afm. ca. 6 x 4 m, beganegrond, van buitcn"*A?~ïöe-gankelijk) worden opgenomen. De heer Rietveld denkt deze ruimte te situeren aan de noordzijde van het gebouw nabij de Nicolaasdwar s straat. 4. Ir.Dam heeft de Ned^Hery^Kerkvoogdij wel om een bespreking gevraagd, doch er~ïs nog gëen~3atum voor deze bespreking vastgesteld. Drs.Peiser zegt het op prijs te zullen stellen wanneer hij t.z.t. over het verloop der bespreking wordt ingelicht. 5. De heer Van Dillen deelt mede dat na de vorige vergadering de navolgende wijzigingen in_het ontwerp zijn aangebracht: a. de conciërgewoning ïs~vervallen, T;er plaatse is een rijwielstalling voor het personeel en een atelier voor het restaureren van schilderijen geprojecteerd! b. op de beganegrond is de verbinding tussen het bestaande museum en de uitbreiding ter plaatse van de tuinzaal verballen, aldaar is thans een vrije doorloop geprojecteerd tussen de tuinen, die tussen de bestaande vleugels van het museum zijn gelegen; c. 2976-1962.
- 2 - c. de indeling van het souterrain is gewijzigd; d. op de verdieping zijn de vide's verkleind; e. in de hoogbouw - zijde Ni co laasdwarsstraat - is een tweede verdieping geprojecteerd. 6. Gedacht wordt de Imin tussen de kerk en het C.M. althans overdag voor het publiek toegankelijk te stellen. De heer De Smedt is van mening dat aldaar sculptures zouden kunnen worden geplaatst. 7. Ir.Dam deelt desgevraagd mede dat door O.W. in het rapport over de uitbreiding van het C.M. aan Burgemeester en Wethouders zal worden voorgesteld de directeur van het huisvestingsbureau op te dragen in overleg met de directrice van het C.M. een andere woning voor de conciërge van het C.IL te zoeken. 8. De heer Van Dillen zegt toe aan de heer Stortenbeker een tekening_ van de_bestaande toestand te zullen verstrekken. 9. Direct bij aanvang der werkzaamheden moet worden overgegaan tot sloop van de_bestaande_dienstwoning_. 10. De heer De Smedt verzoekt bij de uitvoering van de nodige sloopwerken voorzieningen tot wering_van_het_bimendringen van_stof in het ^7M7-^ë~^ri??ên._T5vërëengëkömën~wördt~da:E völstaan~zal wör3ên~mëï*"het dichtplakken van de naden rond de ramen. De uitvoering van deze werkzaamheden zal plaats vinden in overleg met het C.M. 11. In de voorlopige begroting is gerekend op de &&sieQ_vaa_het_dr20g-stojcen gedurende twee maanden. De heer Kuis wijst ex op dat de periode voor droogstoken afhankelijk is van het jaargetijde waarin de uitbreiding van het C.M. gereed komt. Een periode van twee maanden zal over het algemeen echter voldoende zijn. 12. Desgevraagd deelt de heer Kuis mede dat de relatieve_vochtigheid van de muren de eerste tijd vermoedelijk hoger"zal""zijn 3an 3e relatieve vochtigheid in de museumruimten. 13. In de voorlopige begroting is een bedrag,groot f.32.000,-, opgenomen voor kunstwerken. De heer Rietveld zegt het plaatsen van een kunstwerk, 3at~ëën~zëkere samenhang heeft met het gebouw (maar dan niet als museumstuk) op prijs te stellen. 14. In de voorlopige begroting zijn de kogten_van^nieuwbouw ter_plaatse van de tuinzaai niet begrepen. Drs7Peisër~vërzoëkT;~in~hët rapport aan~Burgêmeêstër en Wethouders een richtprijs voor dit deel van het plan op te nemen. 15- Het gedeelte tussen de voormalige stallen en het wandelpad langs de singel zal als werkterrein tijdens de bouw nodig zijn. Ook de tuin tussen de stallin~ën 5e~kerk zal als werkterrein moeten worden benut.Er zal naar gestreefd worden laatstbedoelde tuin zoveel mogelijk te sparen. 16.
- 3 - 16. In de museumruimten, met uitzondering van de costuumruimte, zal een bevochtigingsinstallatie worden aangebracht waarmede 65io R.V.~Êan wórden bereikt."De heer De Smedt acht deze relatieve vochtigheid te hoog. De heer Kuis wijst er op dat de installatie regelbaar is, zodat desgewenst op een lagere relatieve vochtigheid kan worden ingesteld. In de voorlopige begroting is voorts een post opgenomen voor de aankoop van verplaatsbare bevochtigingsapparaten, die naar behoefte kunnen worden geplaatst in de ruimten (depots e.d. in de kelder) waar geen bevochtigingsinstallatie wordt aangebracht. De heer Kuis wijst er voorts op dat niet is voorzien in het aanbrengen van een apparatuur voor het ontkalken van het voor de bevochtiging te gebruiken water, omdat een dergelijke apparatuur zeer kostbaar is en de kwaliteit van het leidingwater alhier niet noopt tot het toepassen van die apparatuur. 17. De verwapiingsinstallatie is berekend op een binnentemperatuur van I8ü~i5i3~ëen buitentemperatuur van - 10°. 18. De ramen in het_dak zullen alle met dubbel glas worden bezet. Er worden gêen~voorzieningen getroffen om het smelten van sneeuw op de ramen te bevorderen. 19. Desgevraagd deelt de heer Rietveld mede dat bij de ingang een tochtdeur zal worden gemaakt. 20. De heer Hansen deelt mede dat voor de beveiliging_van de ge-exposeerde schilderijen het systeem is gëcïachl; daTTook in het Museum Boymans te Rotterdam is toegepast. Voor 's nachts is bovendien een ultrasonische beveiliging geprojecteerd. De heer De Smedt wijst er op dat er te allen tijde nachtwakers in het C.M. zullen blijven, zodat een ultrasonische beveiliging niet ka,n worden toegepast. Spreker verzoekt voorts ook beveiliging ? van vitrines e.d. De heer Hansen zegt dat het voor de ultrasonische beveiliging uitgetrokken bedrag dan nodig te hebben voor het aanbrengen van een nachtverlichting, een beveiliging aan de buitenzijde van de ramen en beveiliging van vitrines e.d. 21. De elektrische verlichting zal bestaan uit verschillende modellen T.!„-armai)üren7~ln~dë voorlopige begroting is voorts gerekend op het aanbrengen van 200 spotlights. 22. Een lift is in de voorlopige begroting "p.m.n opgenomen. In het voorstel aan Burgemeester en Wethouders zal een globale raming voor een lift worden genoemd. 23. Gerekend is op het aanbrengen van een gasinstallatie t.b.v, koffiekeuken en werkplaatsen. De heer De'Bmedi zal informeren of gasaansluiting nodig is. 24. De heer Van Dillen heeft overleg_met_de_brandweer gepleegd. De brandweer verlangt 3 brandslangen in enkele"brandblusappa-raten. 25.
I - 4 - 25. De heer De Smedt verzoekt een "brandalarminstallatie aan te "brengen van hetzelfde type als~ïn~he'ï~bës:Eaandë~gë"bouw aanwezig is. De heer Wassenaar zegt dat dit zonder verhoging van de voorlopige "begroting mogelijk is. 26. De heer Van Dillen wijst er op dat de brandweer een noodverlichting noodzakelijk acht wanneer het museum ook ' s-avonds vöör Eet publiek geopend is. De heer De Smedt deelt mede dat het C.M. enkele avonden per week 's-avonds geopend is. De heer Wassenaar zal nader contact opnemen met de brandweer en daarna mededelen wat een summiere noodverlichting zal kosten. 27. Ir.Dam stelt vervolgens de inrichting van het gebouw aan de orde. De heer De Smedt zegt'daï de~ïnrichting van het gebouw ca. 3 maanden zal vorderen met 4 tot 6 eigen krachten en enige hulp van de onderafdeling monumenten van de Dienst van Openbare Werken. Drs.Peiser merkt op dat voor de inrichting van het gebouw een hele reorganisatie van het C.M. nodig zal zijn, waaromtrent thans - door vele onzekerheden - nog maar heel weinig vaststaat. De herinrichting van het bestaande gebouv zal ook de nodige kosten met zich brengen. Spreker is daarom van mening dat de inrichtingskosten thans nog niet geraamd kunnen worden. Ir.Dam zegt dat door O.W. als regel ook de inrichtingskosten in de kredietaanvrage worden geraamd. Voorshands wordt gedacht voor dat doel thans f.150.000,- te ramen. 28. Het filmzaaltje moet geventileerd kunnen worden. De heer Kuis zal ènKëXê~raamventilatoren opnemen. De heer Rietveld zal bij het uitwerken van zijn plan een ventilatie aan de gangzijde opnemen. 29. De heer De Smedt vraagt in het filmzaaltje stoelen met schrijf-gelegenheid te plaatsen. Gezien de beperkte ruimte wordt besloten de helft van de stoelen in het filmzaaltje van een schrijf gelegenheid te voórzïenT ~ ~ 30. De heer Rietveld zegt toe de vloer yan_het filmzaaltje naar voren de zullen laten aflopenToï "benederT'EeT; peil~van de keldervloer, 31. Drs.Peiser vraagt het ontwerp zo mogelijk omstreeks 10 juli 1962 bij Burgemeester en Wethouders in te di,enen, opdat het op 23 juli 1962 in de museumcommissie kan word n behandeld. 32. De voorlopige_begroting sluit op een bedrag van f.3.835.000,-. Dit~is T.T41 ,"për~m3. Dit kostte de uitbreiding van het Gemeente-Museum te 's-Gravenhage ook per m3. 33. Een bliksembeveiliging op het gebouw wordt niet nodig geacht. 34. Het C.M. heeft reeds een nieuwe telefooninstallatie aangevraagl, Drs.Peiser zal informeren hoever 5e beEandeling van deze aanvraag is gevorderd. 35.
> — 35- De heer De Smedt vraagt in het gebouw een omroepinstallatie aan te "brengen. Drs.Reiser memoreert dat een dergelijke"installatie reeds eerder is aangevraagd. Burgemeester en Wethouders hebben destijds afwijzend beschikt. "Verwacht moet worden dat Burgemeester en Wethouders hun standpunt niet zullen wijzigen. 36. De heer De Smedt vraagt een schakelaar voor afsluiting_van de gehele_elektrische_installatie in_het atelier7~In 3ï't'at'exïer zal~êën~ëinvöüdïgê~a?züiginstallatïê "(vernissen) worden geplaatst. 37. De heer De Smedt deelt mede dat gedacht is de telefonist in de hal zijn werkruimte te geven. In overweging wordt~gVgëven de telefonist op de administratie te plaatsen. 38. De heer Stortenbeker wijst er op dat in de voorlopige begroting geen bedrag is uitgetrokken voor het ruimen van de ter plaatse van de nieuwbouw vermoedelijk aanwezige oude begraafplaats_ en mogelijk ook nog aanwezige resten van de ou3ë stadsmuur^ 39. De voorlopige inventarislijst wordt besproken. Daarbij wordt afgesproken dat~3öör 3e~üeren Rietveld en De Smedt nog nadere inlichtingen over bepaalde inventarisstukken zullen worden /erstrekt. AANï alle aanwezigen hoofddirecteur directeur t.d.
^gGft.^i 10 ov tliirfoslB Het voorziet ia het staken van oa* m2 expositie- I ruimte en oa* 1*050 m2 dienst-jen depotruimte* waarvan ca. 60© m2 expositieruimte en c&^fTO a^S dienst- en depotruimte ia opgenomen in de ter plaatse"van de bestaande tuinzaal geprojecteerde vleugel* Voor een nadere toelichting op het ontwerp móge verwe&en worden naar de bij deze brief gevoegd» bijlade* Het terrein waarop de uitbreiding van het G.M» ia gedacht la ©*u.v. een «eer klein gedeelte (zie hierna onder 4.1) geme ante-eigen dom * Het onderhavige ontwerp werd ontwikkeld in samenwerking met de rijksinspecteur voor roerende monumenten. Be directrice van het heeft zich met het U hierbij aangeboden ontwerp verenigd. 1.Se3ten Zoals uit de globale raming blijkt, die onder XI is opgenomen in de bij deze brief beherende bijlage, worden de kosten van uitvoering e.a. van het onderhavige ontwerp geraamd op rond f .6.430.000,-, waarin een bedrag, groot f.1.300.000,-is begrepen voor die bouw o.a. van de vleugel, die ter plaatse van de bestaande tuinzaal is gedacht. In deze globale raming zijl* niet begrepen de hierna te noemen kostent 3.1.de na het gereedkomen van het bouwwerk te maken kosten voor étentuèle wijzigingen van de inrichting van het bestaande museuiRgebouw. • • 3*2»de door het A.B.M. te maken kosten voor inriehting»e*$. wijzi-ging van de inrichting, 'van de ter besehikking van dat museum gestelde expositieruimten» 3i3.de kosten van aankoop van hét hierna onder 4.1 nader genoemde terreintje, terwijl ook de waarde van de overige grond, die reeda gemeente-eigendom is, niet in de globale raming is opgenomen. 3.4. In de globale raming ia «en mij door de direotrioe van het C.M. opgegeven bedrag opgenomen vóór de inrichting van het gebouw. / ||
afschrift voor ir.Dam O t((^oo<L 6100 609/II/26 K^P*. 24 J«ni 63 1 * . Xsaaslv tBiE"iES SÉ^MrïS. Uitbreiding Centraal Aan het Ooilege van Burgemeester én Wethouders Museum. ttombeg ai . '•». t^i van 1, Overeenkomstig de mij bij Ow brieven van 18 augustus 1S>61» 29 november 1961 en 23 januari 1962» resp. nrs. 3731 K. en A.2.» 4555 X. en A.Z.» en 18 C.2.» verleende opdrachten werd door het Architectenbureau Rietveld, f'm Billen en Van friobt een voorlopig ontwerp vervaardigd voor bet uitbreiden van bet Centraal Museum» «aarbij rekening werd gehouden met een vooreerst nog niet te realiseren, doch in de toekomst mogelijke uitbreiding ter plaatse van de bestaande taim sasl*. ....., .,„... ... Bit ontwerp is inmiddels gereed gekomen. Bij het vervaardigen daarvan is rekening gehouden met de U door de directeur openbare werken, dienst stadsontwikkeling, bij brief van §februari 1963» nr,1150» voorgestelde verbetering van de situatie van het Nicolaaskerkhof en omgeving* Zé Voorlopig ontwer» Het voorlopig ontwerp voor het uitbreiden van het 0.M« | is aangegeven óp de bijgevoegde tekeningen nrs* 6 t/m f ven bet Architectenbureau Rietveld» Van Billen en Tan ïrioht• Bit ontwerp ia bedoeld als een elndfaaeplan*
Inmiddels gebleken dat da rijkscommissie yqot de- monu-mentmmm ia kot plsn ven het; Architectenbureau Rietveld, Van Mllen m Van 22rlefct voor de uitbreiding van het C.M. geen beletsel ziet voor een later» restauratie ven de Riool aaskerk. Al» gevolg daarvan mag Terwaöht worden dat het kerkbestuur t,z*t, de nodige medewerking «al verlenen aan de benodigde grondtransaotie* §1 Vöo» «over de v*au artillerie stallen niet in gebruik zijn bij liet CJ., «ij» *ozo in gebruik Mfi . 4*2flU da gomfontolijke sociale werkplaats; • • 4«2*2* de als opslagplaats* 4*2*i* mijn dienst voor opslag van verkiezingsmaterialen en schoolaioubelenj 4,2*4* de beeldhouwer J.vsn X»uyn aio atelier. Mot uitzondering van do onder 4*2.1» genoemde werkplaats - waarvoor aan de Kanaal weg reeds om nieuw onderkomen in aanbouw la - moet voor do overige gebruiker» andore passende bsrg- en werkruimte werden gezocht* Voor de conciërge van hot C.M. dient voorts een passende woonruimte elders te worden gezocht* .J.s.J sneiovXA , , &LJL1* ïonsindo hot realiseren van hot plan mogelijk te maken zullen tenminste 6 bomen aan de singelsijde gerooid moeten worden* mt aantal kan eerst nauwkeurig wordo» bepaald nadat wordt beschikt over uitgewerkte { fundering sfciaanen* to* - , . tussen do Hioolaaskork en de geprojecteerde uitbrei- ding van hot Q«JI* zal tijdaas de bouw als werkterrein moeten worden gebruikt* Se daar aanwezige olerbomen stoeten worden gdroold. Sê-isi* zoal® uit het 0 door de directeur van Openbare %erken, dienst stadsontwikkeling, bij brief van 6 februari 1963,' nr. 1150, aangeboden plan voor verbetering van de situatie Riool aaskerkhof ea. o«fi®ving reedo blijkt*iaoet do kinderspeelplaats aan de Hioolaao-dwarsstraat vervallen. M |||| wanneer de nieuwbouw ter plaatse van do tuinzaal niet diroot wordt geroaiioeerd# moet tijdens do bouw vsn de uitbreiding van hot G.M. voor hot onderbrengen van enkele werkpl&êtsen en depotruimten van hot 6*M« een tijdelijke voorziening worden gozooht. Voor beveiliging van do inventaris van hot C.M* tij dons de bouw zullen wellicht ook ti#doiijke voorzieningen nodig zijn, Zolang het tijdstip en do volgorde van uitvoering van hot project nog niet bekend is tonen do to treffen tijdelijke voorzieningen nog niot worden overzien* &
-3 - Voorts is is, de globale raming een bedrag begrepen voor een nieuwe aanleg van de tuin tussen de Wloolaas-kerk m de te bouwen uitbreiding voor het G.M. Be directrice van het C.M. denkt deze tuin overdag veer het publiek open te stellen en 's nachts afgesloten te houden. kerkbestuur» dat eigenaar is van een deel ven dit terrein, heeft «IcJi la prlnolpe met een dergelijke aanleg verenigd* : ,- tilft t-M 3*6* tenslotte moet er op gewezen worden» dat in-de globale raming een bedrag, groot f,150.000,-, is opgenomen voor wellicht te maken kosten tengevolge van het -bouwen ter plaatse van een voormalige begraafplaats en do voormalige stadsmuur* Van do stadsmuur bevinden zich -vermoedelijk nog aanzienlijke funderlngsresten onder do thans bestaande bebouwing. Be juiste omvang van die resten kon eerst blijken na sloop- en graafwerkzaamheden * ~ - 4» Toojfbereldlnf uitvoering Alvorens t.a.t* met de daadwerkelijke uitvoering van het ontwerp , ken worden begonnen, moet* 4#1«een klein gedeelte van het bij de Hloolaaokerfe behorende terrein worden aaagekochtj 4#2«werden overgegaan tot ontruiming en sloop van de v«m* artilleriestallen en van do conciërgewoning van het C.M.j 4#3.worden overgegaan tot het rooien van.enige bomen c.a. $ 4«4-.de kinderspeelplaats aan de Sieolaasdwarsatraat worden verwijderd^ .......... 4*5#een aantal tijdelijke maatregelen worden getroffen. fer toelichting kan het volgende worden opgemerkt! ad 4.1. De grond, bissen do conclërgewoning van het en de Wlcolaaakerk is eigendom ven. de $§•!!* kérk* Op deze plaats heeft de architect een nieuwe ingang voor het a«M« geprojecteerd, teneinde deze te kunnen realiseren moet rond 15 «2 grond van de SU8* kerkoorden aangekocht. Omtrent deze aankoop zijn onderhandelingen met het kerkbestuur geopend. Doordat dit bestuur deze transactie wenst te bezien In samenhang met de plannen tot restauratie van de Nieol&askerk kan nog geen beslissing worden verkregen? Inmiddels
. s - yerdere Uitwerking van bet ontwerp Waaneer met het bierbijgevoegde voorlopig ontwerp wordt K Ingestemd, ware - zoals gebruikelijk 1® - aan het Architectenbureau Rietveld, Van Dillen, en Van Tricht opdracht te verlenen tot het vervaardigen van het definitief ont-? werp* Ingevolge het bepaalde in art.4» sub b, van de A.H. 1956» regelende o.m. de rechtsverhouding tussen opdracht* gever en architect, omvat het definitief ontwerp "bet uitwerken van het voorlopig ontwerp, bestaande uit bet maken van tekeningen van alle plattegronden, gevels ea doorsneden van het bouwwerk en van situatietekeningen, nodig voor het maken van de bestektekeningen en voor het voeren van besprekingen met bevoegde organen** De aan e.e«a« verbonden kosten worden geschat op rond f#5ö*öo0,-. Dit bedrag is begrepen in de voor honoraria e,d# in de globale raming van dit project opgenomen post (A.9)* 6. dealen het vorenstaande geef Ik Ö in overwegingi 6.1. het voorlopig ontwerp voor de uitbreiding van het C.M. 6.S. de Baad een krediet te vragen, groot f .50.000,-, voor bet vervaardigen van bet definitief ontwerp $ 6.3* alj te machtigen aan het architectenbureau Rietveld, Van Billen en Van Tricht, alhier, op te dragen een definitief ontwerp te vervaardigen voor de uitbreiding van bet G.M. en daarbij aan te geven of in dat ontwerp ook de nieuwbouw ter plaatse van do besta*mde tuinzaal moet worden opgenomen* Be Hoofddirecteur van Openbare Werken»
Vdór de #s$f éi tie-ingszig ,2©1 apm t.e.v. hvt getaande maaiveld l^aipttrös worden gemaakt, <tmt met gesloten vrachtauto' s via een helling vanuit 4e Bloeiaaadwar astr&at kanworden bereikt» , -.:.:,.;.?, Behalve .de nodige »i4n in de k«X4&r oek ge» dacht een «aaltje veer leaingon e*d* «n, «en vertrek voor expositie van kostuums. Be eerste en.» m da-milde van de Meolaasdwwrestraj.t ook dé tweede verdieping, ia geheel heatemd voor * öf &e«# verdiepingen tijm een aantal TCdeé u&fóesnaaré* waardoor een overalöht over X&gir gêiégeö Iferdie pingen' kan warden verkregen. * fer plaatse van de beêt&shda tuinzaal is voorts'nog esn uit-toreiding'gedacht, die bertikbaar is vanuit de zalen Qp de eerste verdieping in' 'de vleugel 'tègêïover Sé bestaande ingang van het museumgebouw» In deze uitbeelding ftt $n expo si ti eruimt en over twee verdiepingen gedacht. M dé léld@r Zijn enige lepot», werïsplmatsen expeditierutmtan gedacht*
Mjlegot beherende bij de brief iw de hoofddirecteur ven Openbare *rerkmf ven 24 Juni nr* 6.100. Toelichting op en globale raming tm hot Voorlopig ontwerp voor «e uitbreiding van hot Centraal Musou» volgen» hot plan van het Arohiteotenbiireau Rietvold, fm UUm m tm «richt (tekeningen »r»* i %M 9)* I «foejiohtjag gg hot voorlook ontwerp »o uitbreiding van hot is in hoofds&ak geprojecteerd op do plaat» waar sioh thans do artilleriestallen c.a. be-vindon» Het aldaar ontworpen gebouw i» d*m.v. oen zijvleugel in verbinding gebracht met hot bestaande «useumgebouw. Boor ovor to gasn tot «loop van do conciërgewoning van hot Q.«M. i» hot mogelijk do geprojecteerd» uitbreiding haraaoniaoh aan to «luiten aan hot bestaande museumgobouw* fooien de Kieol&asfcerk en hot bestaande C*M. hooft do arohi-toot oen niouwo ingang tot hot wou» ontworpen. Via oen tocht-portal wordt eon voorhal 'bereikt ~ waarin eon garderob» i» ge» dacht m waar do portier eon plaat» ken vindon - vervolgen» wordt oen entreehal/expo si tl ©ruimte bereikt* Vanuit dio hal is zowel het bestaande museu»g®bouw (via do stijlkemer») els do geprojeo-toerde uitbreiding van hot C.IS. te bereiken. ©e laatstgenoemde hal vindt in zuidoostelijke richting een voortsetting in een ontvangsthei en expositieruimte. Aan do noordoostzijde Van die hal is een stijlkamer en eon kofflo-*keukentje gedacht. Aan do suidwestzijde van die hel sijn een trappenhuis en een ruim» expositieruimte ontworpen* öeze expositieruimte zal nog na* der onderverdeeld worden* Aan do zijde van do Hioolaasdwar»»traat i« vervolgen» een nog nader onder te verdelen ruimte voor tijdelijke exposities ge» dacht* Aldaar ia eveneens eon trappenhuis ontworpen* Bovendien i» daar oen lift voor transport van museumstukken gesitueerd. B» liftschacht bevindt zich in do kelder nabij de expeditie-ingang m is voort» ten opsichte van do - eveaeeno in do kelder «ader te brengen depot- en bergruimten en werkplaatsen -«? zo gunstig mogelijk gesitueerd. Yddr
II. Globale A. Bouwkosten 1.slopen oude gebouwen f. 40.000,- 2.opruimen begraafplaats, slopen oude stadsemuur n 150.000,- 3.bouwkosten gebouw H £ .680.000,- 4«aansluitingskosten riolering en water n 5.000,- 5.grondonderzoek ti 4.000,- 6.droogstoken gebouw n 30.000,- 7.kunstwerken M 40.000,- 8.onvoorziene uitgaven bouw ff 100.000,- 9.honorarium, kosten van tekenwerk, toezicht,administratie en renteverlies ri 521.000,- B, Technische Installaties 10.luehtverwaiming- en bevochtigingsinstallaties f. 189.000,- 11 .warmwaterverwarming met leidingen en Isolatie ff 191.000,- 12.aansluitkosten P.E.G.Ü.S. « 30.000,- 13.elektr.licht- en krachtinstallatie n 48.000,- 14«aansluitkosten eiektr.installatie w 28.000,- 15.liftinstallatie ff 35*000,- 16,onvoorziene uitgaven techn.installaties" 20.000,- 17 «honorarium, koeten van tekenwerk, toezicht, administratie en renteverlies n 91.000.- 0. Inrichtingskosten 18.armaturen, lampen, buizen e,d. f. 135.000,- 19 .inbraakbeveiligingsinstallatie ff 88.000,- 20.noodverlichting en uitbr» oproep-instsllatie H 12.000,- 21.gasinstallatie H 4.000,- 22.brandbeveiligingsinstallatie ff 25.000,- 23«honorarium, kosten van tekenwerk, toezicht, administratie en renteverlies 18 t/m 22 ff 44.000,- 24. verhul zen, schoonmaken en tijd. voorzieningen 25 «meubilering,inrichting,stoffering, zonwering 26. tuinaanleg 27.onvoorziene uitgaven inrichting tt n m ff 95.000,- 407.000,-95.000,-23.000.- f. 3.570.000,- 632.000,- » 928.000.- ï. 5.130.000,- Vleugel,ter plaatse van de "bestaande tuinzaal w 1.300.000*,- Totaal f. 6.430.000,-
Besprekingsnotities dd. 8 mei 1962. Onderwerp: Uitbreiding Centraal Museum. Nr. :2. Aanwezig: Hr.Rietveld ) Architectenbureau Rietveld, Van Billen Hr.Van Dillen ) en Van Tricht. Drs.Peiser, bureau culturele zaken, stadhuis. Ir.Dam ) Hr.Van Alff ) Ir.Eeckhout ) Hr.Kuis j O.W. Hr.Stortenbeker ) Hr.Wittebrood ) Hr.Uittenbogaard ) 1. Onder verwijzing naar een brief van Burgemeester en Wethouders van 27 april 1962, nr.34 C.Z. van Burgemeester en Wethouders aan het bestuur van het A.B.M. deelt drs.Peiser mede dat Burgemeester en Wethouders hebben afgezien van reservering van de eerste verdieping van de vleugel van het C.M. langs het Nicolaaskerkhof voor latere uitbreiding van het A.B.M. In beginsel kunnen de zich aldaar bevindende kamers worden ingericht tot stijlkamers. Het in de besprekingsnotities van 27 maart 1962, onder 2, sub a, gestelde kan als vervallen worden beschouwd. 2. Ter toelichting op het overgelegde voorlopige ontwerp voor de uitbreiding van het C.M. merkt de heer Rietveld op, dat bij overleg met mej.Houtzager bleek, dat een architectonische oplossing voor tijdelijke exposities niet nodig is. Mej.Houtzager stelt zich voor om bij exposities met afzonderlijke toegangsprijzen - evenals in andere musea meermalen wordt gedaan - bij de ingang van de ruimte(n) waar die expositie is (zijn) opgesteld een tafeltje te plaatsen waar, aan een suppoost, die toegangsprijs kan worden betaald. 3. De heer Van Dillen zegt bij de aanvankelijke schattingen van de stichtingskosten niet te hebben gerekend op luchtverwarming. Spreker vreest dat het aanbrengen van een dergelijke verwarming oorzaak zal zijn tot overschrijding van de geschatte stichtingskosten. De heer Kuis acht luchtverwarming wenselijk. In verband met de grote lengte van het gebouw zijn voorts 2 aansluitingen op het P.E. G.U. S.-net en 2 stookruimten wenselijk. In elke stookruimte zullen 2 units worden opgesteld; De heer Kuis wijst er voorts nadrukkelijk op dat de luchtverwarming het onmogelijk maakt om later in de expositieruimten definitieve afscheidingen te plaatsen die van vloer tot plafond doorlopen. De heer Rietveld acht dit geen enkel bezwaar, daar hij er uitdrukkelijk bezwaar tegen heeft wanneer dergelijke scheidingen te eniger tijd zouden worden aangebracht. De

Details

Inventarisnummer
D116
Soort object
Brief, documentatie, notulen

? Uitloggen

Inloggen

Mijn laatst bekeken objecten