Collect & connect

Update: Symposium Eighties Verantwoord – Nederlandse vormgeving in de jaren 80

Annemarie Klootwijk, 19 april 2013

Donderdag 14 maart vond het symposium ‘Eighties verantwoord’ plaats in het kader van het Collect & Connect project. Verschillende sprekers lichtten in hun voordracht hun visie op design in Nederland in de jaren 80 toe.

Jero van Nieuwkoop, kunsthistoricus en stagiair Collect & Connect, opende het symposium met een inleidende voordracht over de designcollectie van het Centraal Museum. De objecten van Gerrit Rietveld en Droog Design worden als belangrijke pijlers in de collectie gezien, maar hoe verhoudt het design uit de jaren ’80 zich hiertoe? Zijn deze objecten te plaatsen in het moderne functionalisme dat zich gedurende de hele twintigste eeuw heeft ontwikkeld of vindt er in de jaren ’80 onder invloed van Italiaanse ontwerpers een breuk met het verleden plaats en ontstaat er een lokale Nederlandse variant op het postmodernisme?

Postmoderne stijlkamer
Postmoderne stijlkamer

Joana Ozorio de Almeida Meroz haakte met haar voordracht ‘Dutch Design before Dutch Design – A Forgotten Discourse’ in op de vraagstellingen van Jero van Nieuwkoop. De PhD researcher aan de Vrije Universiteit Amsterdam geeft aan dat de term ‘Dutch Design’ synoniem geworden is met de conceptuele ontwerpen van Droog Design in de jaren ’90. De associatie van Nederlands design met conceptualisme is ontstaan dankzij de tentoonstelling ‘Design from the Netherlands – Design aus die Niederlände’ die in 1981 werd georganiseerd door het Bureau Beeldende Kunst Buitenland, onderdeel van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Deze tentoonstelling, die zes jaar door het buitenland reisde en als doel had Nederlands design te promoten, was samengesteld door Gijs Bakker, docent aan de Arnhemse kunstacademie en sieradenontwerper. Bakker baseerde zijn objectkeuze op zijn overtuiging dat aan een product een origineel visueel concept ten grondslag moest liggen, de idee ‘form follows concept’. Bakker construeerde daarmee (indirect) een beeld van design uit Nederland waar ontwerpen die niet aan zijn persoonlijke ideologie voldeden van uitgesloten waren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de term ‘Dutch Design’ de daaropvolgende decennia geassocieerd zou worden met artisticiteit en conceptualisme en uiteindelijk met Droog Design.

Peter van Kester, designhistoricus en voormalig galeriehouder, schetste met zijn voordracht een beeld van het exposeren van design in het galerie-wezen van de jaren ’80. Van Kester voegde zich rond 1983 bij Helen van Ruitens galerie voor vormgeving BINNEN aan de Amsterdamse Egelantiersgracht. In 1984 exposeerden zij voor het eerst in Nederland het werk van de Italiaanse postmodernistische ontwerper Ettore Sottsass. Deze tentoonstelling kreeg negatieve reacties van contemporaine Nederlandse ontwerpers die Sottsass’ esthetiek weinig waardeerden. Naast Sottsass werd ook andere postmodernistische ontwerpers zoals Bořek Šípek en George Sowden een podium geboden bij BINNEN. De galerie koos deze designers vanwege hun eigenzinnige ontwerpmentaliteit en vanwege hun creatieve tegengewicht tegen het heersende functionalisme. BINNEN streefde er naar om jaarlijks vijf tentoonstellingen van vier buitenlandse en een binnenlandse ontwerper samen te stellen en parallel werk te verkopen uit de eigen BINNEN collectie. Ondanks dat de meeste ontwerpers zelf producerend waren, werden zij door zowel fabrikanten als Alessi, maar ook door ‘designuitgeverijen’ als Anthologie Quartett, benaderd om hun werk te laten produceren. Aan het einde van de jaren ’80 heeft het postmodernisme zijn beste tijd gehad. De vormgeving nam een eenvoudiger karakter aan onder invloed van minimalistische ontwerpers als Jasper Morrison en Konstantin Grcic.

Stijlkamer Manfred Kausen
Stijlkamer Manfred Kausen

foto: Ernst Moritz

Ontwerper en docent Bob Verheyden genoot in de jaren ‘80 zijn opleiding aan de kunstacademie in Arnhem. Verheyden studeerde in de richting ‘vormgeving in metaal en kunststof’ af bij docenten Gijs Bakker en Joep Sterman. De studenten werden opgeleid met de ideologie van hun docenten en de erfenis van voormalig studenten Ton Haas, Paul Schudel en Hans Ebbing. Zij streefden er naar om als autonome zelf producerende designers te werken die weinig gehinderd werden door commerciële en productietechnische eisen. Hoewel Bob Verheyden aanvankelijk zijn objecten in eigen beheer maakte, hield hij zich daarnaast bezig met een vertaling van zijn vrije werk naar een commerciële versie. De objecten van Verheyden Studio’s waren kostbaar en elitair design. Als gevolg van de economische crisis aan het begin van de jaren ‘ 90 koos Verheyden er voor om goedkopere readymade oplossingen te zoeken waarbij bestaande producten werden hergebruikt. In 1993 werd hij hoofddocent aan de academie waar hij zelf gestudeerd had. In zijn lesgeven legde hij de nadruk op de presentatie en de context van ontwerpen. Enkele van zijn oud-studenten zijn betrokken geweest bij het opzetten van Droog. Ondertussen is hij hoofddocent Interior Design bij de Coventry University.

Ida van Zijl, conservator vormgeving en toegepaste kunst, besprak in haar voordracht de rol van musea bij het verzamelen van en publiceren over design uit de jaren ’80. In 1987 wordt dankzij de manifestatie ‘Holland in Vorm’ modern Nederlands design in musea op de kaart gezet. Het Centraal Museum, dat aanvankelijk geen traditie had in het verzamelen van design, toont voor ‘Holland in Vorm’ een dwarsdoorsnede van actuele Nederlandse ontwerpen. Helaas blijkt de manifestatie geen langdurige uitwerking gehad te hebben op museale samenwerking; het designdiscours is in de academische wereld stil komen te liggen. Een conservator heeft als taak aan te geven welke ontwerpen voor de eeuwigheid bewaard moeten blijven. De stijlkamers van Annink en Kausen zijn volgens Van Zijl gelukkige aankopen gebleken, omdat ze het tijdbeeld van de jaren ’80 goed weerspiegelen. Retrospectief blijken belangrijke objecten toch niet aangekocht te zijn; er had er meer in internationale context verzameld moeten worden. Musea hebben de taak om onderzoek te doen naar de objecten en verdwenen kennis weer op te halen. Connect & Collect heeft daarom mede als doel het onderzoek naar het vakgebied te stimuleren.

In de discussie werd kritiek geleverd op het eenzijdige beeld van de jaren ’80 dat in de voordrachten gepresenteerd werd. Ton Hoogerwerf van het voormalige Cubic 3 Design meende dat er in het algemeen te weinig aandacht is voor de ontwerpers die uit de punk en kraakbewegingen voort zijn gekomen. Hun ontwerpen, die sterk beïnvloed werden door grafische vormgeving, mode, muziek en Memphis, produceerden zij in eigen beheer. Hoogerwerf bood in zijn eigen ‘Vormgevingswinkel’ een minimaal aantal producten aan tegen een lage prijs om de verkoopbaarheid te verbeteren. Deze periode in de Hollandse vormgeving wordt volgens Hoogerwerf nu over het hoofd gezien omdat de producten van deze ontwerpers vaak niet opgenomen zijn in museale collecties. Ook is deze generatie ontwerpers op de achtergrond geraakt nadat ontwerpers zoals Bob Verheyden furore maakten met hun ‘yuppendesign’ voor de hedonistische jaren ‘80.

Terug naar Collect & Connect

 

Nelly van Ree Bernard, Kindermeubel K-1, 1949-1950
Nelly van Ree Bernard, Kindermeubel K-1, 1949-1950

Update: De multifuncitonele meubels van Nelly van Ree Bernard (Teteringen 1923 - Bennebroek 2010)

Roos Hollander, 28 februari 2013

Tijdens het inventariseren van de 20e eeuwse meubels die zich in het depot van het Centraal Museum bevinden, stuitten mijn collega Jero en ik op enkele ongewone, intrigerende meubeltjes van de hand van Nelly van Ree Bernard. Van Ree Bernard, opgeleid aan de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam, is vooral bekend geworden als musicologe. Ze publiceerde over een breed scala onderwerpen, meestal gerelateerd aan muziek, maar was vooral een specialiste op het gebied van de clavichord, een klein klavierinstrument dat voornamelijk thuis gebruikt werd. Lange tijd was ze leidster van muziekcentrum Het Duintje in Bennebroek. In de jaren zeventig en tachtig maakte Van Ree Bernard een aantal reconstructies - soms met een tikkeltje fantasie - van verloren gegane, middeleeuwse instrumenten. Veel van deze instrumenten  konden op verschillende manieren worden vastgehouden en bespeeld.

Nelly van Ree Bernard met zelfgemaakt clavichord
Nelly van Ree Bernard met zelfgemaakt clavichord

Van Ree Bernards interesse in de multifunctionaliteit van voorwerpen bleek al eerder, uit de ontwerpen die ze in de jaren ’50 en ’60 maakte voor een aantal meubels. Ze noemde deze ontwerpen ‘2-, 3- of meer-in-één-meubelen’. Haar kindermeubeltjes K-1K-2 en K-3 hoorden daar ook toe. De elipsvormige K-1 kan worden gebruikt als schommelstoel, als laag tafeltje met stoel, als hoge kinderstoel en als hoge tafelstoel. K-2, een meubeltje dat uit twee elementen bestaat, kan functioneren als lage kinderstoel met blad en als wandmeubel met stoeltje. Het zitelement met wiel is ook een laag speelstoeltje of een kruiwagen. Het slaap-zitmeubel K-3 kan dienst doen als kinderbedje met een hoge zijwand of een lage zijwand, en als zitbankje. Zie ook de set met Van Ree Bernards kindermeubels.

 

 

jongen, spelend in de K-2
jongen, spelend in de K-2

Van Ree Bernards meubeltjes passen in een wat bredere context. Al in de jaren twintig werden er meubels ontworpen die rekening hielden met de specifieke eisen van kinderen.  De Duitse handwerkkunstenares Alma Siedhoff-Buscher (1899-1944) bijvoorbeeld, ontwierp in 1923 als studente aan het Bauhaus in Dessau een complete kinderkamer met eenvoudige, lichte meubeltjes die makkelijk te verschuiven waren. Deze meubels konden gebruikt worden om op te zitten, mee te spelen en om speelgoed in op te bergen. 

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een groeiend besef van de eigen wil en behoeftes van het kind. Er werden meubels ontworpen die het kind een grotere (bewegings-)vrijheid gaven. Kinderen improviseren nu eenmaal tijdens het spelen en het meubel had zich maar aan te passen. Modulaire ontwerpen opgebouwd uit losse, gemakkelijk te verplaatsen elementen en multifunctionele meubels, zoals de ontwerpen van Van Ree Bernard, sloten hierop aan.

Veel mensen waren in de na-oorlogse periode klein behuisd, en hadden in het algemeen ook nog eens weinig te besteden voor de inrichting van hun woning. Van Ree Bernards meubeltjes spelen hierop in: ze zijn hoofdzakelijk gemaakt van goedkoop multiplex, waarbij zo min mogelijk materiaal werd verspild. Doordat haar ontwerpen meerdere functies konden vervullen, had men minder meubels nodig. Je zou ze kunnen omschrijven, zoals Van Ree Bernard het zelf treffend deed, als “een harmonisch samengaan van doelmatigheid en vorm”.

De meubeltjes van Van Ree Bernard passen zo goed in de collectie van het Centraal Museum, omdat ze door hun multifunctionele karakter aansluiten bij de ideologie van het Bauhaus. Ook passen ze bij de manier waarop over meubels werd nagedacht door de modernisten. Op deze manier sluiten ze aan bij de ontwerpen van Rietveld en zijn (internationale) tijdgenoten, die een belangrijk zwaartepunt binnen de collectie vormen.

Verder lezen:
- Nelly van Ree Bernard, Kantelingen : multifunctionele meubelen en muziekinstrumenten ontworpen door Nelly van Ree Bernard, Bennebroek 1991 (onder andere in te zien bij het RKD in Den Haag en het Stedelijk Museum in Amsterdam).
- Danijela Vrbnjak, Kindermeubel K-1, K-2 and K-3 (epoch-making Dutch design), Utrecht 2003 (paper geschreven door een studente van de UU, in te zien bij het Centraal Museum).
- Alexander von Vegesack, Kid Size : The Material World of Childhood, Genève/Weil am Rhein 1997. 

Terug naar Collect & Connect

 

Update: Symposium Eighties Verantwoord - Nederlandse Vormgeving in de jaren 80

Jero van Nieuwkoop en Jetske de Groot, 15 februari 2013

Op donderdag 14 maart organiseren we het symposium Eighties Verantwoord – Nederlandse Vormgeving in de jaren 80. Deze interessante, maar vaak onderbelichte periode in de designgeschiedenis is onderwerp van onderzoek in het project Collect & Connect. Studenten kunstgeschiedenis en studenten (product) vormgeving zijn van harte welkom om aan dit symposium deel te nemen.

In de jaren negentig nam het Nederlandse design of Dutch Design een enorme vlucht, met het beroemde label Droog Design als exponent. Maar ook aan de vooravond van Dutch Design, in de jaren tachtig, stond de ontwikkeling op het gebied vormgeving in Nederland niet stil. Niet alleen galeries, zoals Galerie Binnen, zorgden voor de promotie en verspreiding van Nederlandse vormgeving, ook binnen de museumwereld werd een actiever verzamelbeleid ontwikkeld. Dit leidde onder andere tot de mijlpaal Holland in vorm (1987), de tentoonstelling die het resultaat was van een langdurige samenwerking tussen onderzoekers en conservatoren van verschillende musea.
Vormgeving in de jaren tachtig wordt gekenmerkt door een veelvuldigheid aan stijlen. Het feit dat modernisme en post-modernisme vredig naast, of soms met elkaar konden bestaan, komt duidelijk naar voren in de ontwerpen van de twee stijlkamers waar het Centraal Museum destijds de opdracht voor gaf. Zo ontwierp Manfred Kausen in 1982 een paviljoen ingericht met functionalistische en tijdloze objecten, terwijl Ed Annink zich in 1985 ten doel stelde vooral jonge ontwerpers uit zijn eigen kring, vaak beïnvloed door het Italiaanse post-modernisme (o.a. Memphis), te laten zien. Anninks stijlkamer werd eind 2012 opnieuw opgebouwd; vanaf begin maart is het paviljoen van Kausen opgesteld in de bovenkapel van het museum.

Zie voor de sprekers en het programma deze uitnodiging. Aanmelden kan via mail bij Jero van Nieuwkoop  

Terug naar Collect & Connect

Bank Klippan
Bank Klippan

Update: de Klippan bank van Ikea

Jero van Nieuwkoop, 17 januari 2013

Het Centraal Museum Utrecht bezit een grote collectie 20ste en 21ste eeuwse toegepaste kunst. Onder de titel Collect & Connect is het museum momenteel onderzoek aan het doen naar deze bijzondere collectie.
In eerste instantie  heerst er enig ongeloof wanneer we bij stellingkast 09 in het depot aankomen. ‘Is dat niet?’ ‘Nee, dat zal wel niet.’ ‘Ja hoor, de Klippan-bank van Ikea.’ Waarom staat er een Ikea meubel in de prestigieuze designcollectie van het museum? Het imago van een Ikea-product is het tegenovergestelde van wat we onder design verstaan. Alleen al het verschil in prijsklasse is immens groot. Design is, naar ons idee, toch al gauw weggelegd voor de dikkere portemonnee. Dat ‘dure’ label is echter een vooroordeel. Design, of beter gezegd ‘vormgeving’, is overal. Van de gele prullenbak op straat tot de website van de buurtsuper, alles is vormgegeven, dus ook de Klippan-bank. Als we ons er meer in verdiepen, begrijpen wij waarom hij een plaats in de collectie verdient. Ikea-producten vallen ook onder ‘design’.

Het Centraal Museum heeft de bank in de collectie opgenomen omdat hij onderdeel was van de tentoonstelling Ideaal! Wonen in 2002. In deze tentoonstelling stonden niet alleen de topstukken van onder andere Gerrit Rietveld en Droog Design, maar ook overbekende meubelen die niemand als design ziet. De witte plastic tuinstoel  bijvoorbeeld, die over de hele wereld wordt gebruikt, én Ikeaproducten.

De Klippan is één van de bekendste banken van Ikea, een topstuk  dat in 1998 al meer dan anderhalf miljoen keer was verkocht. De Klippan bank ontstond volgens ontwerper Lars Engman puur door praktijkervaring te combineren met een vleugje ideologie. Nadat in de jaren ’70 zijn dure Italiaanse sofa vakkundig geruïneerd werd door zijn 6-jarige dochter, zocht Engman naar een ontwerp dat de tand des tijds kon weerstaan en tevens een sterke vormgeving zou hebben. Het resultaat werd uiteindelijk in 1979 door Ikea op de markt gebracht. Vooral de afneembare, wasbare hoes en de stompe hoeken van de Klippan maken hem zeer gebruiks- en kindvriendelijk en waarschijnlijk daarom al 33 jaar in productie. Kortom, een ideaal familiemeubel in een tijdloze vorm gegoten. Het toppunt wat een meubelstuk kan bereiken.

Aan het design is de afgelopen 32 jaar amper iets veranderd. Er is hooguit onderzocht of het ontwerp niet nog gunstiger geproduceerd kon worden door goedkopere materialen te gebruiken. Zo heeft de Klippan bank ondertussen gelakt stalen poten gekregen en bestaat hij de huidige uitvoering uit spaanplaat, hardboard, polyurethaanschuim en een katoenen stoffering. De Klippan bank ademt daarmee één en al het motto van Ikea 'designing smarter, using materials more efficiently and reducing transportation costs'. Een paradepaardje dat de ontwerpideologie van Ikea daarmee meer dan waar maakt. 

Terug naar Collect & Connect

Update: Glas, keramiek en stoelen. Mijn stage in 2012

Caroline Coffrie, 3 januari 2013

Het onderzoek naar de collectie 20ste en 21ste eeuwse vormgeving vordert gestaag. In 2012 zijn belangrijke delen van deze collectie opnieuw geïnventariseerd en gefotografeerd. Voor dat werk kan het museum gelukkig voortdurend een beroep doen op stagiaires en vrijwilligers die vaak met veel plezier een tijdje achter de schermen van een museum ervaring willen opdoen. Een van hen was Caroline Coffrie:

"Met veel plezier kijk ik terug op mijn stage bij het Centraal Museum Utrecht waar ik heb meegewerkt aan het project Collect & Connect. Ik heb vooral onderzoek gedaan naar het glas en de keramiek. Dat werk vond voor het grootste deel plaats in het depot waar de stukken staan opgeslagen. Het belangrijkste was het controleren en registreren van de objecten, voor zover nodig, en het opmeten en beschrijven van merken, maar ook assisteren bij de fotografie en het zoeken van verdere informatie in literatuur hoorde bij mijn takenpakket. Samen met Winfried Kraakman heb ik veel mooie of speciale objecten gezien, bijvoorbeeld prachtige vazen van Copier en Meydam, maar ook keramieken rookstellen en wijwaterbakjes van Aardewerkfabriek Zuid-Holland. Juist die diversiteit maakte het zo interessant.
Bijzonder was ook het onderzoeken en registeren van ruim tachtig stoelen uit de collectie van het Centraal Museum die in juni 2012 te zien waren in de Jaarbeurs tijdens de tentoonstelling Gullivers Verzamelingen. Alle werkzaamheden die we normaal in het depot uit zouden voeren, vonden nu plaats in de enorme hal waar de tentoonstelling werd gehouden, zodat ook het publiek een idee kon krijgen van wat er allemaal komt kijken bij het maken van een collectiecatalogus."

Terug naar Collect & Connect

Tejo Remy, 'You can't lay down your memory' (Chest of Drawers), 1991, inv.nr 28186
Tejo Remy, 'You can't lay down your memory' (Chest of Drawers), 1991, inv.nr 28186

Update: Droog Design, onderzoek en tagging game

Ida van Zijl, 14 december 2012

Droog Design is in 1994 is opgericht door Gijs Bakker en Renny Ramakers . Onder dat label presenteerden zij ideeën voor producten die in hun ogen origineel waren, een helder concept hadden en op een droge en nuchtere wijze vormgegeven. In de loop der jaren zijn zeer uiteenlopende objecten geselecteerd. De ladekast van Tejo Remy is een klassieker geworden. Andere Droogontwerpers van het eerste uur zijn nu internationale coryfeeën, denk bijvoorbeeld aan Marcel Wanders, Hella Jongerius, Richard Hutten, Piet Hein Eek. Droog is groter geworden en veranderd.
Ook buitenlandse ontwerpers zitten in het aanbod. Naast losse voorwerpen initieert de stichting ook projecten of treedt op als art director voor anderen. Maar nog steeds worden de moeilijk te definiëren eigenschappen als ‘ origineel, helder, droog en nuchter ‘ in het buitenland direct als typisch Nederlands herkend. Droog design is synoniem geworden met Dutch design. En nog steeds vragen wij ons af waar dat precies in zit. Misschien geven uw tags het antwoord.

Het Centraal Museum heeft als eerste museum in Nederland de ontwerpen van dit label verworven en is dat tot op heden blijven doen. De deelverzameling is recent gefotografeerd en gecontroleerd op de inventarisgegevens. Trefwoorden over het gebruik, materialen, productietechnieken en stijlkenmerken ontbreken veelal nog in onze gegevens. Hedendaags design is in veel opzichten nog een onontgonnen gebied. Trefwoorden (ofwel tags) die onbekende, verrassende aspecten van de objecten naar voren halen zijn dan ook zeer welkom in de nieuwe tagging game.

Terug naar Collect & Connect

Update: De Postmoderne Stijlkamer van Ed Annink 

Thijs de Raedt, 11 oktober 2012

Vanaf 13 oktober 2012 is in het Centraal Museum de Postmoderne Stijlkamer te zien. Deze stijlkamer is in 1985, in opdracht van het Centraal Museum, ingericht door Ed Annink (1956 – 2012).

De tentoonstelling is na het opstellen in 1985 niet meer te zien geweest voor het museumpubliek. Derhalve ‘verdwijnen’ objecten in de loop der tijd in het depot en documentatie in het archief. Door verschillende omstandigheden, zoals de manier van documenteren of een snelle verhuizing naar een nieuw depot, kan dit verdwijnen in enkele gevallen zelfs letterlijk gebeuren. Het opnieuw opstellen van de Postmoderne Stijlkamer heeft aldus geleid tot een zoektocht. Verschillende praktische vragen zijn hierbij aan bod gekomen: Welke objecten toonde Annink? In welke samenstelling? Hoe was de kamer opgebouwd? Kloppen de gegevens die wij hebben? Zijn de objecten goed gefotografeerd?

Na het onderzoeken van de objecten zijn een aantal vondsten gedaan. Zij stellen nieuwe vragen in plaats van enkel antwoorden te geven. De gordijnen (inv. 24778/001-012) bijvoorbeeld, hebben een lengte van ruim drie meter. In de opstelling van 1985 is, aan de hand van het beschikbare beeldmateriaal, duidelijk te zien dat de gordijnen op een hoogte hangen van ongeveer twee meter. Dit komt overeen met de hoogte van de ruimte waar de stijlkamer in 1985 te zien was. Waarschijnlijk zijn de gordijnen ten behoeve van die opstelling tijdelijk ingekort; dit zou tevens verklaren waarom er een scherpe vouw in de stof zit op ongeveer één meter van de grond. Maar: wat betekent dit verschil in lengte van de gordijnen voor het oorspronkelijke ontwerp van de stijlkamer?

In een interview met Ed Annink dat gehouden werd door Max Bruinsma voor Met andere ogen, een zevendelige serie over kunst en vormgeving van de NOS (op zaal te zien bij deze tentoonstelling), zien we bovendien een aantal toevoegingen aan het oorspronkelijke ontwerp: een koffiezetapparaat van Gijs Bakker en een klok van Paul Schudel. Deze objecten zijn niet als radicale, postmoderne ontwerpen te bestempelen maar passen eerder in een modernistische ontwerptraditie. Ook hier geldt de vraag: wat betekent dit voor het oorspronkelijke ontwerp? Waarom zijn juist deze objecten toegevoegd? Wat zeggen zij over de vormgeving uit de jaren ’80 en over de intenties van Annink? Verder onderzoek is noodzakelijk voor het vinden van antwoorden op deze vragen. Het toont aan dat collectieonderzoek niet statisch is maar in beweging. Het is een constant, doorlopend proces. Praktische antwoorden leiden tot inhoudelijke vragen. Hiermee raakt het opnieuw opstellen van de Postmoderne Stijlkamer in mijn ogen de essentie van het project Collect & Connect: we doen niet alleen onderzoek naar onze eigen collectie maar proberen het publiek hierbij te betrekken door de relevantie van het onderzoek en onze collectie te tonen.

De stijlkamer, in 1985 ingericht als eigentijds interieur, is inmiddels historisch geworden. Niet langer betreft het hier een laatste halte, een weergave van de meest recente ontwikkelingen in de Nederlandse vormgeving, maar een tussenstation. De Postmoderne Stijlkamer anno 2012 toont een belangrijk moment in de Nederlandse vormgeving, een moment waarop vormgevers zoeken naar een juiste balans tussen vorm en gebruik. Echter, de Postmoderne stijlkamer is niet enkel voor de Nederlandse vormgeving en Collect & Connect belangrijk maar ook voor vormgever Ed Annink zelf. Naar eigen zeggen was het zijn eerste grote, museale opdracht en vormde het als zodanig een belangrijk moment in zijn loopbaan.

Ik heb het genoegen gehad om met Ed in contact te zijn geweest over de stijlkamer; we bespraken praktische details en abstracte ideeën. Altijd hulpvaardig, steeds opgewekt, tot op het laatste moment aan toe. Binnen de duur van mijn stage werd bij hem een ziekte geconstateerd en overleed hij daar aan. Het is moeilijk te bevatten hoe snel het kan gaan, zelfs bij mensen die zoveel energie en levenslust uitstralen. Deze tentoonstelling is een ode aan hem, zijn werk en zijn persoonlijkheid. Een ode aan de Nederlandse vormgeving waarvoor zijn overlijden een groot verlies is.

Terug naar Collect & Connect

Update: in memoriam Ed Annink 

Ida van Zijl, 26 september 2012

Op 25 september jl. is internationaal gewaardeerde ontwerper Ed Annink overleden. Annink heeft diverse projecten voor het Centraal Museum gerealiseerd. Een daarvan is de Postmoderne Stijlkamer uit 1985.
Op uitnodiging van het Centraal Museum richtte Ed Annink in 1985 een postmoderne stijlkamer in. Hij maakte een selectie uit het aanbod van radicale vernieuwende Nederlandse vormgeving en plaatste die in een door spiegels begrensd interieur. De bezoekers ziet zichzelf en de objecten eindeloos weerkaatst.
De vloer, de tafel en het dressoir had hij zelf ontworpen. In het midden stond een bolvormige oranje stofzuiger, alsof de bewoner zo juist het vertrek had verlaten. Twee 18deeeuwse stoelen uit de collectie van het museum voegde hij toe, als om aan te geven dat elk ontwerp zowel tijdgebonden als tijdloos kan zijn.
De stijlkamer is kenmerkend voor Anninks manier van werken. Verrassend, vrolijk, een aansporing om na te denken, zonder belerend te zijn en daarbij betrok hij ook altijd anderen. Design kan niet floreren zonder discussie en dialoog.
Vanaf 12 oktober 2012 is de stijlkamer enkele weken in het museum te zien. De voorbereidingen voor deze opstelling liepen al langer. De stijlkamer behoort tot het onderzoeksgebied van Collect & connect. Onderzoek en fotografie zullen deels op zaal plaatsvinden. Helaas kan Ed zelf niet meer komen kijken. We zullen hem missen.

Terug naar Collect & Connect

Opbouw Gullivers Verzamelingen

Caroline Coffrie, 4 juli 2012

De opening van Gullivers Verzamelingen komt steeds dichter bij. Afgelopen maandag en dinsdag zijn we druk geweest met het opbouwen in de Jaarbeurs. Maandag vond het transport plaats. Een hele klus om zo veel kasten, keramiek en maar liefst 76 stoelen in- en uit te pakken. Dinsdag zijn de kasten en stoelen op de juiste plaats gezet en is ook het keramiek uitgepakt en opgesteld.
Gulliver wordt opgebouwd uit veel verschillende verzamelingen. De kasten van het Centraal Museum vormen het hoofd van Gulliver, de stoelen en het keramiek de nek en schouders. Tussen de kasten in het hoofd komt een werk van de kunstenaar Robert Roelink te staan, genaamd Ice Age. Het is een opblaasbare ijsberg die prachtig uitgelicht zal worden.

Het meubilair dat van het Centraal Museum te zien is, is erg divers. Het varieert van stoelen uit de koffiekamer van het museum tot designklassiekers van Mart Stam. Als onderdeel van het project Collect & Connect zal er in de Jaarbeurs onderzoek gedaan worden naar deze stoelen en zullen ze gefotografeerd worden. De bezoeker krijgt zo een beeld van wat er allemaal moet gebeuren bij het maken van de collectiecatalogus.

Terug naar Collect & Connect

Open depotdag

Natalie Dubois, 25 juni 2012

Op 16 juni organiseerden we een open depotdag. De enthousiaste bezoekers kregen een introductie van Ida van Zijl over de verzamelgeschiedenis van het Centraal Museum en werden vervolgens rondgeleid door het depot. Men zag bijvoorbeeld hoe schilderijen verpakt worden en op reis gaan, hoe er onderzoek gedaan wordt naar de keramiekcollectie en hoe de collectie geregistreerd en gedocumenteerd wordt. Verder kon men een kijkje nemen in het schilderijendepot, steendepot, diverse meubeldepots en het Rietvelddepot. 

Terug naar Collect & Connect

Kunst uit de kelder

Manou Nonnekes, 22 juni 2012

Conservator Ida van Zijl en assistent-conservator Thijs de Raedt ontvingen in het depot van het Centraal Museum een journaliste van dagblad Trouw. In de rubriek Kunst uit de Kelder belicht Trouw museumstukken die behoren tot de collectie Nederland, maar soms jaren het depot niet uit zijn geweest. Het museum, in dit geval Ida van Zijl, kiest daarvoor zelf een werk met een bijzonder verhaal.
Het resultaat was een interessant artikel over een dressoir dat Ed Annink in 1985 in opdracht van het Centraal Museum maakte. Ontwerper Ed Annink is een van de eerste vertegenwoordigers van het Dutch Design. Voor het Centraal Museum ontwierp hij een postmoderne stijlkamer. De meubels uit deze stijlkamer behoren tot het onderzoeksterrein van Collect en Connect, en zullen later in het project worden gefotografeerd en uitgebreid beschreven.

Terug naar Collect & Connect

Wat is open data?

Marije Verduijn, 18 juni 2012 

Open data zijn gegevens die je vrij mag (her)gebruiken en verspreiden. Doel van open data is in eerste instantie om de overheid transparanter te maken. Door informatie te publiceren als open data kunnen anderen de data beschikbaar maken in een handzame app of de data op nieuwe manieren verrijken. Ook steeds meer erfgoedinstellingen stellen hun gegevens als open data beschikbaar, zie http://www.opencultuurdata.nl.

De gegevens die we in het kader van het project Collect & Connect verzamelen, kunnen we beschikbaar stellen als open data. Heel wat ingewikkelder ligt het met de afbeeldingen van deze objecten (en dat is natuurlijk juist een aantrekkelijk deel): ze zijn namelijk auteursrechtelijk beschermd. We zijn op dit moment aan het onderzoeken welke afbeeldingen we wel beschikbaar kunnen stellen.

Intussen zijn we ons ook in de technische aspecten van open data aan het verdiepen - de gegevens moeten immers digitaal, volgens bepaalde standaarden, worden aangeboden. Om te oefenen, hebben we op 16 juni 2012 meegedaan aan een hackaton van Hack de Overheid - een bijeenkomst waar dataleveranciers (zoals wij) in contact komen met ontwikkelaars die op basis van de beschikbare data applicaties of andere toepassingen bouwen. We hebben onze modecollectie ingebracht, samen met het Amsterdam Museum en het Fries Museum: drie collecties met samen bijna 30.000 mode-items (en auteursrechtelijk veel minder ingewikkeld dan Moderne vormgeving). De dag begon met een datapitch waarbij wij onze gegevens hebben gepresenteerd. Vervolgens konden de ‘hackers’ aan de slag en ’s avonds werden de eerste resultaten al gepresenteerd. Helaas nog niet direct een app met onze data, maar wie weet komt dat nog. De wedstrijd die Open Cultuurdata organiseert, loopt nog tot 31 december, zie http://www.opencultuurdata.nl/competitie/


Terug naar Collect & Connect

? Uitloggen

Inloggen

Mijn laatst bekeken objecten